Peter van Ingen

Zomergasten

    Wie afgelopen zondag in staat was langer dan een kwartier televisie te kijken, is letterlijk getuige geweest van een dada´stische gebeurtenis. In Zomergasten was de schrijver Kader Abdolah aan het woord. Nou ja, aan het woord, hij stootte klanken uit waarin wij soms woorden herkenden. Maar die woorden vormden zelden zinnen en als zij dat op de een of andere manier toch deden, waren het zinnen zonder inhoud. Het meest leek Kader Abdolah nog op een doofstomme, die door harder te schreeuwen iets duidelijk probeert te maken.
    Meer dan drie uur duurde de voorstelling, waarin het absurdisme pure kunst werd. Adriaan van Dis zat er op het laatst bij als een moeder, die welwillend tegen haar gehandicapt kind zegt: "Toe maar, probeer het maar, je hoeft je nergens voor te schamen". Ik geloof niet dat zoiets ooit in enig ander land kan worden uitgezonden en dat het bij ons toch gebeurde, lijkt mij het bewijs dat wij in hoge mate bereid zijn de kritische houding op te offeren voor de multiculturele tolerantie.
    Hoewel ik bij Studio Sport heel wat buitenlandse voetballers heb gezien, die binnen een maand beter Nederlands spraken dan Kader Abdolah, moet u niet denken dat ik hem zijn Nederlands schrijversschap misgun. Hoe blij ben ik niet dat Nabokov in het Engels is gaan schrijven? Maar iemand had Kader Abdolah tegen zichzelf moeten beschermen, hem dit moeten besparen. Het is natuurlijk Nederland en na afloop zal men tegen hem gezegd hebben dat allemaal best meeviel, dat het best wel aardig was en dat er toch heel bijzondere dingen naar voren zijn gebracht, maar onuitgesproken weet iedereen dat hier iemand tot een bespotting is gemaakt. Met zijn opgeheven vingertje en zijn onvermogen om naar zichzelf te luisteren, heeft Kader Abdolah daar trouwens zelf aan meegewerkt.
    Het was dit jaar wel een erg zwakke serie Zomergasten. Dat kwam in de tweede plaats door de gasten. Voor Kader Abdolah was er nog Tamara Benima. Zelden zo'n tuthola gezien. Altijd heb ik gedacht dat joden meer gevoel voor humor hebben dan de gemiddelde mens, maar dankzij mevrouw Benima is dit vooroordeel ook al weer gesneuveld. Tom Lanoye schrijft inderdaad beter dan hij spreekt. Eigenlijk voldeed alleen de uitzending met Sonja Barend enigszins aan de verwachtingen, al moest er af en toe wel op tanden worden gebeten wanneer die twee beroemde mensen weer over "hun vak" begonnen te praten.
    Maar in de eerste plaats kwam het door de presentator Adriaan van Dis. Laat ik het zo zeggen: inmiddels is Van Dis het presentator-zijn zo ontstegen, dat je voortdurend dacht dat hij aan de verkeerde kant van de tafel zat. Steeds was de situatie zo dat hij minder in de gasten ge´nteresseerd leek dan de gasten in hem. Ik kan mij eenvoudig niet voorstellen dat hij bij dat naargeestige geleuter van mevrouw Benima niet gedacht heeft: mag ik naar huis? Ja, Adriaan, spreek mij niet tegen, ik zag het aan je gezicht. Mogelijk heeft hij in zijn achterhoofd gehad: binnenkort komt mijn nieuwe roman uit en dan kan het geen kwaad weer even op de televisie te zijn. Ik zie daar niets verkeerds in, maar ik vermoed dat hij eenvoudig heeft onderschat hoeveel voorbereiding een programma als Zomergasten behoeft.
    Ik kan dat weten, want in de tijd dat Peter van Ingen Zomergasten deed, ben ik een aantal jaren eindredacteur van dat programma geweest. Ik heb het van nabij meegemaakt hoe er week in week uit door de tv-recensenten op Van Ingen werd ingehakt. Dat was soms niet leuk meer. Journalisten zijn als guppies die hun eigen soortgenoten opeten. Toch begint het nu langzaam tot mij door te dringen dat Van Ingen de beste was van allemaal. Avonden met Piet Vroon, Ischa Meijer en Rudy Kousbroek zijn in ieder geval in mijn geheugen gegrift. Met Van Ingen is het misschien zoals met de gebouwen van Van Gool voor het Rijksmuseum: in het begin vindt iedereen ze lelijk, tegenwoordig vindt iedereen ze mooi.
    Grote verschil met zijn opvolgers is dat Van Ingen zelf niet als beroemde Nederlander wilde gloriŰren. Hij zat er meer dan eens volkomen naast - hou nou even je mond! - maar hij schoot ook meer dan eens midden in de roos. Wat Ischa zichzelf aandeed, was zonder Van Ingen niet mogelijk geweest. De nadruk viel minder op de fragmenten dan op de personen. Naar mijn idee zit er ook slijtage in de formule. Iedereen wil graag iets van Koot en Bie, maar omdat dat de vorige keer al is geweest, wordt er maar van afgezien. Nee, het zou wel eens afgelopen kunnen zijn met Zomergasten, tenzij Peter van Ingen natuurlijk terugkomt.

NRC\Handelsblad, 27 augustus 1999