Wie God aanbidt is niet goed snik

Gastenhoek

Voordracht door Dap Hartmann, uitgesproken op de Atheïsmedag over Het Nieuwe Atheïsme, op 30 Mei 2009 in Utrecht.

god-bestaat-niet-2

Waarin aanhangers van oude goden nieuwe goden betwisten, de ene openbaring de andere niet is, en het de hoogste tijd is voor een nieuwe editie van de Bijbel.
Een atheïst gelooft niet in God. Een atheïst is een 1 op de schaal van Richard Dawkins.

Die schaal loopt van 1 (God bestaat niet) tot 7 (God bestaat wel).

Zelf zegt Dawkins een 2 te zijn (Er bestaat waarschijnlijk geen God). De politiek correcte stroming binnen het atheïsme, zal ik maar zeggen. Wat mij betreft van dezelfde orde als ‘er bestaan waarschijnlijk geen kabouters’.

Ik ben als wetenschapper goed onderlegd in de stochastiek. De kans dat God bestaat is nooit precies gelijk aan nul, want bewijzen dat God niet bestaat is helaas onmogelijk. Maar de waarschijnlijkheid dat God wel bestaat is dermate gering, dat ik met goed fatsoen durf te beweren dat God niet bestaat. Dat maakt mij een atheïst – een 1 op de schaal van Dawkins. Als God wel bestaat, en deze uitspraak schiet Hem in het verkeer de keelgat, dan staat het Hem uiteraard vrij mij terstond te vernietigen. Want zo is Hij dan ook wel weer.

De God van het Oude Testament is een vreselijk onzeker en rancuneus mannetje. Hoewel God volgens velen AL-goed is, las ik in Exodus 12:29-30 toch iets dat wijst op een wat minder prettige kant van God: “Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte – van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangenen, en ook al het eerstgeboren vee. De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was.” Ik ben even vergeten wat de aanleiding was voor deze massa-executie, maar, in de onsterfelijke woorden van Basil Fawlty : “Let’s hope it’s nothing trivial”.

Ook in Genesis 6:11-13 verliest God weer eens zijn geduld, met rampzalige gevolgen: “In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij.” Was getekend, uw liefhebbende God.

Mede naar aanleiding van deze eerste genocide uit de geschiedenis, heeft iemand systematisch in de Bijbel geturfd hoeveel doden er op naam komen van God, en hoeveel er kunnen worden toegeschreven aan de Duivel. Dat bleek een lastige opgave want de Bijbel is niet altijd specifiek over het aantal slachtoffers. Zodra God een heel volk of een hele stad uitmoordt, moeten we gaan schatten. Daarom zijn er twee antwoorden: het aantal aftelbare moorden, en het geschatte totaal aantal slachtoffers. Dit zijn de ontluisterende cijfers:

geteld              geschat totaal  _
God            2,391,421                  33,000,000
Duivel              10                               10

……

Mijn voordracht gaat eigenlijk niet zozeer over atheïsme als wel over een aantal karakteristieke uitwassen van theïsme. Wie kennisneemt van deze uitwassen zal tot dezelfde conclusie komen als Rudy Kousbroek, die in NRC Handelsblad van 4 April 2009 zei: “Intellectueel gezien, kun je alleen maar atheïst zijn”.

Ik ben een astronoom, en vanuit die achtergrond ben ik zeer vertrouwd met de schoonheid en de onmetelijkheid van het Heelal. Gelukkig is bijna alles te verklaren zonder de hulp van God in te hoeven roepen. We begrijpen steeds meer, en hierdoor verliest God terrein. De ‘God van de gaten’, zoals hij ook wel wordt genoemd, dient voor veel mensen als de verklaring voor de lege plekken op de landkaart van onze kennis. Telkens als er een lege plek wordt ingevuld, moet God op zoek naar een nieuw onderkomen.

Atheïsme is geen stroming, en al helemaal geen religie. Net zo min als ‘De vrienden van Theo van Gogh’ een genootschap vormen, is atheïsme geen club waarvan je lid kan worden. In beide gevallen draait het om een verzameling mensen die toevallig een bepaalde eigenschap gemeenschappelijk hebben. In de wiskunde heet dat een ‘set’ en er is een aparte discipline die zich daarmee bezighoudt. Mensen met rood haar vormen een set, evenals waterdieren zonder schubben en bergen hoger dan 5000 meter. Van fysieke of geestelijke groepsvorming is ondanks deze overeenkomsten geen sprake. De ‘a’ in atheïsme duidt op het ontbreken, op het niet aanwezig zijn van het geloof in een God. Dat maakt atheïsten tot een set, maar niet tot een beweging.

Fanatieke voetbalsupporters vertonen vaak religieuze trekken. Er is  een heilige verering van de club – de  enige goede club; alle andere clubs deugen niet – er worden (financiële) offers gebracht, en er is een wekelijkse samenkomst (vaak op zondag!) waarbij het kwaad (de tegenpartij) moet worden verslagen. Het voetbalstadion is een tempel, stervoetballers zijn halve goden. Een speler die naar een andere club vertrekt is een afvallige en wordt verketterd. Mensen die niet van voetbal houden kijken een beetje meewarig naar fanatieke voetbalsupporters. Maar er is geen aparte benaming voor mensen die geen supporter van een voetbalclub zijn. Je mag geloven wat je wil, en je mag een supporter zijn van wie je maar wil. Mensen die daarin niet meegaan behoeven heen aparte benaming. Het onder één noemer vangen van mensen die niet bij jouw clubje horen, leidt onherroepelijk tot polarisatie. Fanatieke gelovigen willen de strijd aanbinden met ‘de ongelovigen’, met ‘de atheïsten”. Zo is er een website www.godhatesatheists.com. Daar staat niet veel op, eigenlijke alleen Psalm 14:1: “Dwazen denken: Er is geen God. Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt.”

En dan nog iets. Extraordinary claims require extraordinary proof, zei Carl Sagan. Dat betekent dat the burden of proof bij de gelovigen ligt. Zij komen met een extraordinary claim, dus moeten zij met extraordinary proof komen. Ik ben een atheïst omdat ik nooit zelfs maar een greintje bewijs heb gezien. Als God wil dat ik in Hem geloof, laat Hij dan bij monde van een vertegenwoordiger op Aarde (de Paus, bijvoorbeeld) een niet mis te verstane, heel specifieke daad aankondigen. Iets in de trend van: volgende week zaterdag om 10:00 GMT zet ik (God) de Eifeltoren ondersteboven. Of aanstaande donderdag om 4 uur verwoest ik (God) Almere met een Tsunami. Heel concreet en controleerbaar dus. Als dat gebeurt, ben ik om. Dat heeft God mijn zieltje gewonnen. Tot die tijd blijf ik atheïst. Zo’n bewijs komt er natuurlijk niet. De voor de hand liggende reden is uiteraard dat God helemaal niet bestaat. Gelovigen hebben echter een argument bedacht om deze logica te omzeilen: Bewijs is helemaal niet gewenst, want dan houdt het op een geloof te zijn. Zeker weten is blijkbaar minder aantrekkelijk dan in het ongewisse verkeren.

De wetten en regels van een religie staan doorgaans in een boek dat een verheven status heeft gekregen. Zo sterk zelfs, dat het bevuilen of beschadigen van dat boek zwaar bestraft dient te worden. Wij herinneren ons de commotie die ontstond naar aanleiding van het vermoeden dat in de film Fitna van Geert Wilders een Koran zou worden verbrand of verscheurd.

Het is de barre realiteit dat we leven in een land waar het verscheuren van een zogenaamd ‘heilig boek’ een intifada teweeg kan brengen. Als ik De avonden verscheur of Ik heb altijd gelijk verbrandt, zal ik hooguit voor een cultuurbarbaar worden versleten. Sommigen zullen mij als een boekverbrandende nazi willen bestempelen. Maar de kans dat ik het overleef is vrij groot. Hoe anders is het gesteld als ik een Bijbel wil verscheuren of een Koran wil verbranden. Mijn eigen exemplaar van de Bijbel of de Koran, wel te verstaan. Met deze daad kwets ik volgens velen een religieuze groepering – een categorie mensen die dankzij de grondwet speciale voorrechten geniet.

De vrijheid van godsdienst is bedoeld om mensen van allerlei pluimage te vrijwaren van discriminatie en vervolging op basis van wat ze geloven. Helaas wordt dit grondrecht misbruikt om dingen te zeggen of doen die in strijd zijn met de wet. Sterker nog, deze vrijheid wordt misbruikt om anderen in diezelfde vrijheid te beperken. In het jaar waarin we vieren dat John Stuart Mill precies 150 jaar geleden zijn monumentale On Liberty publiceerde, blijkt dat sommige groepen in de maatschappij die inzichten niet delen. Dat het hier voornamelijk religieuze groeperingen betreft, behoeft geen betoog. Zij klampen zich vast aan veel oudere boeken waarvan helaas nooit een nieuwe editie is verschenen.

Een sterrenkundeboek van 100 jaar gelden is een curiositeit maar voldoet niet als studieboek. Zo was 100 jaar geleden de planeet Pluto nog onbekend, had men geen idee waar de Zon zijn energie vandaan haalde, en waren de meningen verdeeld of de vage spiraalvormige objecten aan de hemel nabije nevels van gas en stof waren of enorme sterrenstelsels op grote afstand. Niemand wist hoe groot of hoe oud het Heelal was en de Big Bang theorie bestond nog niet. Hetzelfde geldt voor medische handboeken van 50 jaar geleden. Toen dacht men nog dat een maagzweer werd veroorzaakt door roken, een slecht dieet, te veel koffie, sterk gekruid eten of stress. Bypass operaties om vernauwde kransslagaders te behandelen, bestonden niet, en veel mensen stierven aan tuberculose en andere infectieziekten.

Kortom, Toen was geluk heel gewoon. Voor onze Vlaamse vrienden past hier wellicht een toelichting: Toen was geluk heel gewoon is een populaire Nederlandse televisieserie waarin met veel weemoed en nostalgie op de jaren vijftig en zestig worden teruggekeken.

De boodschap is duidelijk: onze kennis neemt toe, ons inzicht schrijdt voort. Zo niet de doctrines van religies. De Bijbel is dezelfde Bijbel van 2000 jaar geleden. Sinds de ‘eerst druk’ zijn alleen de grammatica en de spelling gemoderniseerd, niet de inzichten. In plaats van telkens een nieuwe editie uit te brengen, bleek het veel handiger om religieuze leiders te laten uitleggen wat de huidige interpretatie van het heilige schrift is. Zo komt het woord ‘condoom’ of ‘voorbehoedsmiddel’ niet voor in de Bijbel, maar gelukkig toets de Paus deze moderne technologie aan het heilige schrift. De uitkomst is dat op grond van het adagium ‘gaat heen en vermenigvuldig u’ het condoom in strijd is met Gods wil, en dus verboden. Dat condooms ook veel leed helpen voorkomen in de vorm van geslachtsziekten zoals Aids, doet niet ter zake. Waar gehakt wordt, vallen nu eenmaal spaanders.

Het is toch vreemd dat de Bijbel – het onfeilbare woord van God, door Hem gedicteerd aan een schaapherder in Jordanië die het op papyrusrollen optekende – geen enkele informatie bevat die uitsteekt boven het niveau van de kennis uit die tijd? Een paar treffende openbaringen over dingen waar de mensheid vele eeuwen later pas achter zou komen, zoals dat alle materie bestaat uit atomen, of dat de basis van het leven ligt opgeslagen in lange helix-vormige moleculen zou de geloofwaardigheid van het boek ten goede zijn gekomen. Dat er op 6 miljard kilometer van de Zon een kleine planeet (Pluto) in 248 jaar om de zon draait, of dat een maagzweer wordt veroorzaakt door een bacterie, dat soort informatie. Maar niets van dit alles. Het woord van God is niet te onderscheiden van de fantasieën van schaapherders van 2000 jaar geleden. Ook later heeft God ons nooit iets verteld wat we niet al wisten of zelf konden verzinnen.

Het is echter nooit te laat, dus kom op God, vertel ons eens: zijn er oneindig veel priemtweelingen? (Een priemgetal is alleen deelbaar door 1 en door zichzelf. Het is bewezen dat er oneindig veel priemgetallen zijn. De eerste tien priemgetallen zijn 2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, 23 en 29. Behalve 2 zijn alle priemgetallen oneven, want een even getal is altijd deelbaar door 2. De paren 3 en 5, en 17 en 19 worden priemtweelingen genoemd – opvolgende oneven getallen die priem zijn. Het vermoeden bestaat dat er oneindig veel priemtweelingen zijn, maar dat is niet bewezen.) Dus als God dat even aan de Paus of aan een schaapherder wil doorgeven? Samen met het bewijs uiteraard. Alvast bedankt.

Als God geen nieuwe editie van zijn meesterwerk wil uitbrengen, misschien moet een Aardse redacteur het dan maar doen. Thomas Jefferson, de derde president van de Verenigde Staten ondernam een poging om een herziene versie van het Nieuwe Testament te maken. In The Life and Morals of Jesus of Nazareth (ook wel The Jefferson Bible genoemd) heeft Jefferson het Nieuwe Testament ontdaan van alle bovennatuurlijke onzin en ongefundeerde interpretaties van de Evangelisten. De onbevlekte ontvangenis van Maria, de wederopstanding van Jezus, het uit de dood doen herrijzen van Lazarus, het lopen op water en de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging – allemaal kletspraat, weg ermee! Jefferson schrapte ook verwijzingen naar openbaringen en alle verhandelingen over wonderen. ‘Verwijderen’ moet in dit verband letterlijk worden opgevat, want het schijnt dat Jefferson de betreffende passages met een schaar uit zijn eigen Bijbel knipte. Het resultaat was een handzame Bijbel van een bladzijde of 90.

De verlichte president was echter geen atheïst. Hij wilde wetenschappelijk bewijzen dat God bestond. Met diezelfde wetenschap bestreed hij ook de wonderen en bovennatuurlijke gebeurtenissen in de Bijbel. Zo staat er in Jozua 10:12-13: “Want op die dag, de dag dat de HEER de Amorieten aan Israël overleverde, had Jozua gebeden tot de HEER. In aanwezigheid van Israël sprak hij: ‘Zon, sta stil boven Gibeon, Maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon.’ En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israël zijn vijanden had afgestraft. Dit staat opgetekend in het Boek van de oprechte. De zon bleef een volle dag boven aan de hemel staan voordat ze onderging.” Hierover schreef Jefferson op 10 augustus 1787 aan zijn neefje Peter Carr: “You are astronomer enough to know how contrary it is to the law of nature that a body revolving on its axis, as the Earth does, should have stopped.

De Bijbel beschrijft het stilzetten van de Zon, terwijl Jefferson er fijntjes op wijst dat je de Aarde moet stilzetten om de illusie te wekken dat de Zon stil staat. Eens te meer een bewijs dat de Bijbel niet het woord van God is, want die wist 2000 jaar geleden natuurlijk drommels goed dat de Aarde draait en dat de Zon stil staat. Was toch een kleine moeite geweest om dat even door te geven aan de schaapherder die bezig was de Bijbel op te tekenen?

Er zijn ca. 100 miljard sterrenstelsels, elk met ca. 100 miljard sterren. Dat zijn 1022 sterren – een 1 gevolgd door 22 nullen. Een van die sterren is onze Zon. En juist dat onbeduidende sterretje in een uithoek van een weinig opzienbarend sterrenstelsel heeft God uitgezocht om zijn terrarium te huisvesten, op een brok steen dat op een afstand van 150 miljoen kilometer om die ster heen draait.

Wij mensen zijn de eerste wezens op Aarde die zich kunnen bezighouden met de vraag: waarom zijn wij op Aarde? Het voor velen teleurstellende antwoord is te vinden in het boek The Selfish Gene van Richard Dawkins. Kort gezegd zijn wij mensen niet meer dan het ideale vehikel om onze genen te laten voortbestaan. Survival of the fittest. Niet zozeer de soort (the species) als wel de genetische code doet er alles aan om te overleven.

Het Heelal is ca. 13.7 miljard jaar oud. Sterrenstelsels bewegen van elkaar vandaan. Als je die bewegingen terugrekent kom je uit bij het ontstaan van het heelal: de Big Bang. De vraag ‘wat was er voor de Big Bang’ is een onzuivere vraag, aangezien tijd begon bij de Big Bang. Dat klinkt een beetje flauw, want wat je eigenlijk wil weten is hoe de Big Bang heeft kunnen ontstaan. Wat dat ook geweest is, het antwoord ‘God’ is niet erg verhelderend. Het plaatst slechts een laag onbegrip tussen de vraag en het antwoord.

Want het roept onmiddellijk de vraag op: hoe is God dan ontstaan?

Het doet denken aan de verklaring in de Hindoestaanse mythologie voor het mysterie waarom de Aarde niet naar beneden valt. Wat houdt de Aarde op zijn plaats? Het antwoord is: de Aarde balanceert op de rug van een olifant. Maar waar staat die olifant dan op? Die olifant staat op een schildpad. En die schildpad dan, wat houdt die schildpad omhoog? Het antwoord luidt: it’s turtles all the way down.

Een verschijnsel als bliksem moet in vroeger tijden tamelijk overtuigend bewijs zijn geweest voor het bestaan van een hogere macht die dit wapen kon inzetten tegen zondaars. Zo staat het ook in de Bijbel. In Deuteronomium 33:1-2: “De HEER verscheen vanaf de Sinai, zijn licht bescheen hen vanuit Seïr, met luister kwam hij van de bergen van Paran. Talloze engelen vergezelden hem, bliksem flitste uit zijn rechterhand.” En in Amos 5:8-9 lezen we: “De maker van de Plejaden en van Orion, hij die de diepe duisternis in morgenlicht verandert en de dag tot nacht verduistert, hij die het water van de zee bijeenroept en het uitstort over de aarde – zijn naam is HEER. Met zijn verwoestende bliksem treft hij de sterken, hun vestingen worden vernietigd.”

Sinds Benjamin Franklin in 1750 een vlieger opliet om bliksem aan te trekken, weten we dat wolken elektrisch geladen zijn en dat bliksem de spontane ontlading daarvan is. In werkelijkheid heeft Franklin nooit echt een vlieger opgelaten, maar alleen het idee gepubliceerd.

Het was de Fransman Thomas-Francois Dalibard die op 10 mei 1752 met een 12 meter lange ijzeren paal elektrische ontladingen uit een wolk wist te trekken. Het verhaal gaat dat Franklin op 15 juni 1752 toch een vlieger opliet in Philadelphia, maar zeker is dat niet.

Wel zeker is dat de Zweedse natuurkundige Georg Wilhelm Richmann op 6 augustus 1753 in St. Petersburg werd geëlektrocuteerd “while trying to quantify the response of an insulated rod to a nearby storm. He was attending a meeting of the Academy of Sciences, when he heard thunder. The Professor ran home with his engraver to capture the event for posterity. While the experiment was underway, ball lightning appeared, collided with Richmann’s head and killed him, leaving a red spot. His shoes were blown open, parts of his clothes singed, the engraver knocked out; the doorframe of the room was split, and the door itself torn off its hinges.” Aldus Wikipedia. Anderen hielden het wellicht op de straf van God.

Inmiddels weten we ook dat de Plejaden en Orion niet door God zijn gemaakt. Want als God het Heelal in 6 dagen geschapen heeft, dan maakten Orion en de Plejaden daarvan geen deel uit. Volgens de laatste inzichten zijn de Pleiaden een open sterrenhoop van 500-1000 sterren op een afstand van 400 lichtjaar die ongeveer 100 miljoen jaar geleden is ontstaan. Als we de leeftijd van het Heelal (13,7 miljard jaar) gelijkstellen aan een jaar, en aannemen dat God in de eerste microseconde van 1 januari het Heelal heeft geschapen, dan ontstonden de Pleiaden pas op 29 december, en Orion op 31 december om 6 uur ‘s avonds.

In zijn onvolprezen boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen wijst Maarten ‘t Hart op de inconsequente wijze waarop Christenen Gods wetten en voorschriften naleven. Ze kiezen naar eigen believen de voorschriften die ze het best bevallen, en vooral om anderen lastig te vallen. Recentelijk wordt er door Moslims en Christenen dan ook weer naar hartenlust gediscrimineerd tegen homo’s. Met de Bijbel of de Koran in de hand en zich verschuilend achter de vrijheid van godsdienst trachten zij de vrijheid van seksuele geaardheid te ondermijnen. Je eigen grondwettelijke vrijheid gebruiken om diezelfde vrijheid aan anderen te ontnemen. Je moet maar durven.

Wie de Bijbel letterlijk interpreteert kan niet anders dan tot de conclusie komen dan dat God homoseksualiteit verbiedt. Zo zegt Leviticus 18:22 “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.”

Dit is de tekst van de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV). In de Statenvertaling staat: “Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.” Alsof dat niet duidelijk genoeg is, herhaalt God het verderop voor de zekerheid, en hij laat ook even weten welke sanctie daarop staat.

Leviticus 20:13: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.”

Deze nieuwe bijbelvertaling gaat hier duidelijk over de schreef, want het kan moeilijk anders worden opgevat dan het aanzetten tot moord. Een vergelijking met Mein Kampf zou niet misstaan. “Beiden moeten ter dood gebracht worden” klinkt toch veel meer als een oproep tot moord dan in de Statenvertaling: “Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!” “Zij zullen zeker gedood worden” laat in het ongewisse wie dat gaat doen. Het zal dus zeker gebeuren, en waarschijnlijk neemt God dat klusje voor zijn rekening. “Beide moeten ter dood gebracht worden” daarentegen klikt als een executiebevel.

Ook het Nieuwe testament memoreert homoseksualiteit, maar in een geheel ander licht. In Romeinen 1:27 staat te lezen: “Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.” Oftewel, homoseksualiteit is een straf van God, en dus geen vrije keuze! De logica van iemand bestraffen met een levenswandel die je zelf eerder hebt verboden, is moeilijk te volgen. Maar Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Mannen die van God afdwalen worden voor straf homoseksueel gemaakt (Romeinen 1:27), en moeten daarom ter dood worden gebracht (Leviticus 20:13). Waarom deze omweg via smeerpijperij? Waarom worden mannen die van God zijn afgewaald niet direct ter dood gebracht, zoals in de Koran?

Terug naar de wetten en voorschriften uit Leviticus, en de kritiek van Maarten ‘t Hart. Want de ongemene felheid waarmee christenen de overtreding van het verbod op homoseksualiteit menen te moeten bestrijden, ontbreekt volstrekt bij andere geboden Gods. Zo staat in Leviticus 11:9-11 toch heel duidelijk dat je geen oesters of kreeft mag eten: “Alles wat in het water leeft, in de zee of in de rivieren, en vinnen en schubben heeft, mag je eten. Maar alle kleine en grote waterdieren zonder vinnen of schubben gelden voor jullie als oneetbaar. Je mag er niet van eten; ook hun kadavers moet je als weerzinwekkend beschouwen.”

Homoseksualiteit is een gruweldaad, en het eten van oesters is weerzinwekkend. Is ‘weerzinwekkend’ minder erg dan ‘gruweldaad’? Want je ziet nooit Christenen demonstreren bij visrestaurants waar ook kleine en grote waterdieren zonder vinnen of schubben op het menu staan.

Christenen zijn wel weer heel uitgesproken over Leviticus 23:3: “Zes dagen kun je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die je als heilige dag samen moet vieren. Je mag die dag geen enkele bezigheid verrichten. Waar je ook woont, het moet een rustdag zijn die aan de HEER gewijd is.”

Voor dit gebod springen Christenen graag op de barricades. Niet alleen voor zichzelf, maar vooral ook om anderen te beletten op zondag boodschappen te doen of naar het zwembad te gaan. Maar je hoort ze nooit over Leviticus 19:19: “Draag geen kleren die zijn geweven uit twee soorten garen”. De zondagsrust is dus de wil van God, en daar houden vrome Christenen zich strikt aan. Maar dragen zij ook uitsluitend kleding die uit slechts één soort garen is geweven? Dus niks 88% katoen en 12% polyester, zoals het poloshirt dat ik aan had op de zondag dat ik dit schreef. De prangende vraag is dus, wie bepaalt eigenlijk welke van de voorschriften uit Leviticus gevoegelijk geschrapt kunnen worden, en welke voorschriften de speerpunten in de Christelijk strijd moeten zijn? Alleen daarom zou God af en toe eens een nieuwe editie van de Bijbel moeten doorseinen. Zodat we zijn bevestiging mogen ontvangen dat het eten van oesters minder erg is dan homoseks, en dat de zondagsrust belangrijker is dan het dragen van zuivere kleding.

God is almachtig, alwetend, en algoed. Dat die drie eigenschappen lastig te combineren zijn, blijkt elke dag opnieuw. Je zou denken dat God na de Holocaust zijn lesje wel had geleerd (almachtig en algoed, maar even niet goed opgelet? Of alwetend, algoed, maar niet bij machte het te voorkomen?). Neem nou de afgelopen Koninginnedag. Wat ook Gods bedoeling was, zeven onschuldige mensen moesten er hun leven voor geven (acht, als je de dader ook meetelt). Maar net als we gaan twijfelen over Gods goede bedoelingen, komt een Duitse sekte ons te hulp. Het zijn aanhangers van Horst Schaffranek, een zelfbenoemde evangelist uit Rickenbach. Volgens deze sekte zijn de gebeurtenissen op 30 april de straf van God voor de verdeeldheid tussen de verschillende Christelijke geloofsgemeenschappen. Die boodschap viel niet goed. Maar Schaffranek had het zelf van God doorgekregen, dus hoe weerleg je dat? Dan wordt je toch weer met je eigen verzinsels om de oren geslagen.

Is het niet wonderlijk? God, Maria en Jezus verschijnen regelmatig aan vrome gelovigen – er zal wel een lijst circuleren, want aan ongelovigen laten ze zich nooit zien. Als de boodschap redelijk klinkt, wordt het voor zoete koek geslikt. Maar zodra de boodschap onwelgevallig is, wordt de ontvanger verketterd. Die kan er toch ook niks aan doen, dat hij is uitverkozen om het slechte nieuws te brengen?

Het meest prominent in dit soort intra-religieus gebakkelei is waarschijnlijk de Westboro Baptist Church in Kansas. Gesticht door Fred Phelps heeft deze groepering vooral bekendheid gekregen vanwege hun extreem vijandige, discriminerende en haatdragende houding jegens homoseksuelen. Niet alleen noemen ze de dood van militairen of onschuldige burgers een straf van God, ze zetten er nog een tandje bij. Zich beroepend op de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting, bejubelen ze tijdens de uitvaart van de overledenen het feit dat God ze gestraft heeft met de dood.

Ze onderhouden de website www.godhatesfags.com waarop ze al hun acties aankondigen. In hun overtuiging is God nog steeds de God van het Oude Testament. Want er is geen land ter wereld waar God tevreden over is, getuige de website www.godhatestheworld.com. Voor ieder land is er wel een vriendelijk woord. Zoals voor Nederland: “Let’s make this crystal clear: The Netherlands is the filthiest country in the world, bar none. They have given this country wholly to the Sodomites in a hand basket.

Ze zijn ook niet bevriend met de Katholieken, getuige de website www.priestsrapeboys.com “The Catholic Church is the largest, most well-funded and organized pedophile group in the history of man!”

Volgens de Westboro Baptist Church is het de hoogste tijd voor een nieuwe Zondvloed. En dan denk ik ineens aan de klimaatverandering, de smeltende Poolkappen en de stijgende zeespiegel.

En dan nu een blijspel in 1 bedrijf, getiteld Knevel en de Rokerskerk.
Plaats van handeling: Het praatprogramma Knevel en Van den Brink.
Datum: 11 Augustus 2008.

De betreffende aflevering is terug te zien via www.uitzendinggemist.nl.

Hieronder volgt de letterlijke transcriptie

De rolverdeling is als volgt:

Andries Knevel en Tijs van de Brink : de gereformeerde presentatoren van het praatprogramma.

Michiel Eijsbouts : Rooksteker van de enige en universele rokerskerk van God.

Co Busch : café-eigenaar in Amsterdam die zijn café heeft omgedoopt tot rokerskerk.

Een kleine bijrol is weggelegd voor Catherine Keyl : religieuze lapjeskat want de dochter van een Joodse vader en een Katholieke moeder die later Protestants werd. In 2002 presenteerde ze voor de Evangelische Omroep het programma “Catherine zoekt God”.

En drie figuranten, te weten Job Cohen (burgemeester van Amsterdam), Jan de Rooy (judocoach) en Bert Konterman (oud-voetballer).

(het doek gaat open)

Michiel Eijsbouts zet zijn narrenkap op, het ceremoniële hoofddeksel dat mannelijke leden van de rokerskerk aangeraden wordt te dragen als ze in functie zijn.

Het volgende gesprek ontspint zich:

TIJS VAN DEN BRINK: “Michiel Eijsbouts, U bent as-bisschop van de rokerskerk.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “De officiële titel is rooksteker van de enige en universele rokerskerk van God.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Toe maar.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Dat is mijn titel. Maar ik wordt ook as-bisschop genoemd, of paf-pastoor. Gelovigen komen daar zelf mee.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Er is een aantal cafés dat zich heeft omgedoopt tot rokerskerk, om op grond van de vrijheid van godsdienst te ontkomen aan boetes zoals die vandaag zijn uitgedeeld omdat er in een café toch gerookt werd.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Cafés dopen zich niet om tot rokerskerk; cafés kunnen een certificaat krijgen, onder strikte voorwaarden, van de rokerskerk, waarmee ze aangeven dat mensen op religieuze basis daar mogen roken. Dus een kroeg wordt geen rokerskerk, ontkomt ook niet aan horecavergunningen – dat moet allemaal in orde zijn – maar met zo’n certificaat, zoals Co hier heeft, geeft hij aan dat mensen die op religieuze basis willen roken daar van harte welkom zijn.”

TIJS VAN DEN BRINK: “U verwijst naar Co, dat is een van de eigenaren van zo’n café dat een rokerskerk is geworden.”

CO BUSCH: “Ja, ik ben ook lid van de rokerskerk. En dan sta ik te roken, en dat zien mensen en vragen ‘waarom rook jij?’ Dan zeg ik ‘ik ben lid van de rokerskerk’ en dan heb ik de situatie uitgelegd. Ik heb er heel lang over nagedacht om lid te worden van de rokerskerk, om me toch over te geven aan het rokersgeloof. En op een gegeven ogenblik werd het zo rumoerig om me heen, en allemaal mensen vragen hoe dat in elkaar zit, dan zou ik een keer de bisschop moeten vragen want die kan dat beter uitleggen dan ik.”

Tijs van den Brink heeft een brede, smalende grijns op zijn gezicht.

ANDRIES KNEVEL: “En u gelooft in, ehm, …”

CO BUSCH: “Het communiceren met God met roken. Met de rokersgod.”

ANDRIES KNEVEL: “En welke God is dat, als ik vragen mag?”

CO BUSCH: “Dat is de rokersgod.”

ANDRIES KNEVEL: “De rokersgod…”

CO BUSCH: “Ik heb namelijk een café, en ik ben altijd gewend om te roken, en nou wordt mij het roken verboden, en nou ben ik helemaal van slag af.”

CATHERINE KEYL: “Maar je leeft wel langer als je niet rookt.”

CO BUSCH: “Kijk, je hebt verschil tussen het leven en leven. Een mens maakt zelf uit hoe die leeft, wat-ie doet. En ik rook, daar voel ik me prettig bij. Een ander drinkt misschien, een derde sport – iedereen leeft gewoon zoals-ie zelf wil. Daar voel je je lekker bij, en ik voel me lekker bij een sigaret. Maar op deze manier wordt het in Nederland verboden, om te roken op je werkplek.”

ANDRIES KNEVEL: “Voor mijn beeld nog eventjes: u heeft een soort God verzonnen waardoor u zegt ‘nou zijn we een kerk’…”

CO BUSCH: “Ik heb geen God verzonnen – de God bestaat in Amsterdam. In de rokerskerk, daar is dat terecht gekomen, dat heb ik gezien, dat heb ik gelezen, daar heb ik over nagedacht.”

TIJS VAN DEN BRINK: (smalend) “Dat is een God die bestaat in Amsterdam; alleen in Amsterdam bestaat die?”

CATHERINE KEYL: (geïrriteerd) “Jongens, jullie nemen dit toch niet serieus? Hou nou eens op zeg, wat is dit voor onzin?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ik kan wel enig licht in deze duisternis schijnen, wat geestelijk licht. God bestaat, wij hebben onze eigen God. Ik geloof dat jullie ook mannen van God zijn, maar dat is niet onze God. Wij hebben onze God, die zit in de Hemel. En de rokerskerk is ontstaan in Amsterdam. Maar God is natuurlijk eigenlijk overal. Maar waar hij resideert is ‘up there’, boven, in de hemel, en daarom stijgt rook ook op. Het gaat naar God toe. En daarom komt regen naar beneden, dat komt van God af.”

CO BUSCH: “Dat klopt wat hij zegt. God is overal.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Prijs de Heer.”

CO BUSCH: “Want ik zat vroeger een keer op het toilet, en mijn vader deed de deur open en zei “Oh God, zit jij hier?’”

TIJS VAN DEN BRINK: “Dat lijkt me weer wat anders…”

ANDRIES KNEVEL: “Nog even voor de wettelijke situatie,…”

Catherine Keyl proest het uit: “Sorry!”

CO BUSCH: “Dat was even een grap.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ja, het geloof kan ook een vrolijke zaak zijn.”

ANDRIES KNEVEL: “Nog even één vraag, welke wet heeft u overtreden waardoor u die boete van 300 euro kreeg? Want u heeft die boete gekregen als café-eigenaar.”

CO BUSCH: “Ja, maar naar mijn idee heb ik de wet niet overtreden.”

ANDRIES KNEVEL: “Maar wat is de aanklacht tegen u?”

CO BUSCH: “Dat er gerookt wordt in het café. Maar de mensen die daar zitten hebben allemaal een rokerspas.”

ANDRIES KNEVEL: “En gaat u die boete betalen?”

CO BUSCH: “Dat gaan we nog even overwegen, maar ik zou dat gewoon betalen want ik wil er een rechtzaak van laten komen.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Maar dan moet u niet betalen, als u een rechtszaak wil, volgens mij.”

CO BUSCH: “Volgens mij moet je juist wel betalen, anders kun je geen rechtszaak aanspannen. Je moet eerst de bekeuring betalen.”

TIJS VAN DEN BRINK: “U gaat eerst betalen, en dan gaat u een rechtszaak aanspannen? OK.”

ANDRIES KNEVEL: “Is dit allemaal een grote grap, meneer Busch?”

CO BUSCH: “Nee, dat is geen grap, nee. Inderdaad.”

TIJS VAN DEN BRINK: “En dat van die kerk ook niet? U meent het allemaal heel serieus?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ik vind het een beetje raar dat jullie daar vrij badinerend over doen, van ‘u verzint een God’. Kijk, elke God komt ergens vandaan.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Maar wanneer is de rokerskerk gesticht?

MICHIEL EIJSBOUTS: “In 2001. September 2001 ben ik ermee begonnen, ben ik gaan preken, her en der.”

CATHERINE KEYL: “Maar waarom mogen mensen van de rokerskerk op zondagmorgen voor 10 uur geen varkensvlees eten?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ja, dat heeft God ook bedacht. Dat stellen wij niet in kwestie verder, dat is een regel van de rokerskerk, zoals er wel meer regels zijn. We hebben spijswetten, wetten over kleding, wetten over seksualiteit…”

TIJS VAN DEN BRINK: “Maar waar komen die wetten vandaan? Wie heeft die geopenbaard?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Die komen van God. God openbaart die.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Hoe?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Dat gaat via visioenen.”

CATHERINE KEYL: (grinnikend) “Haha – wat een fantasie, hey!”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ik moet hier toch ernstig tegen protesteren, Catherine. Veel religieuze profeten zijn verketterd en zijn voor gek uitgemaakt in de geschiedenis, en je ziet dat het geloof toch altijd weer bovenkomt. En ik merk nu ook een beetje dat hier een soort stemming van ‘ha-ha-ha’ ontstaat, die niet nodig is, want wij nemen ons geloof heel serieus – ik heb bijna 3000 leden, krijg dagelijks mailtjes van mensen die echt het geloof hebben gevonden en zeggen ‘eindelijk, ik heb het nu’. Ik krijg ook veel haat-mailtjes, voornamelijk uit bepaalde streken van dit land…”

TIJS VAN DEN BRINK: “Het staat helemaal los van het rookverbod, zegt u?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Dat staat los van het rookverbod. Wij kennen alleen het rookgebod – wij moeten roken van God. Doen we dat niet, dan kunnen we God niet aanbidden, en dan wordt-ie kwaad.”

ANDRIES KNEVEL: “Dat u van God moet roken, hoe weet u dat?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Dat heeft God aan ons geopenbaard.”

ANDRIES KNEVEL: “Wanneer?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Dat was rond 2001, toen ik het geloof stichtte.”

TIJS VAN DEN BRINK: “U heeft het gesticht – ho!”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ik heb het gesticht. Dat wisten jullie niet?”

TIJS VAN DEN BRINK: “Nee.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Het is mijn geloof. Ik ben ermee begonnen. Ik ben de rooksteker, de oprichter der rokerskerk, met inmiddels bijna 3000 volgelingen en 6 gecertificeerde cafés in Nederland.”

TIJS VAN DEN BRINK: “En u preekt daar ook? U heeft het over een soort heilige 3-eenheid: rook, vuur en as?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ja, met hoofdletters geschreven.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Dat is wel een beetje gejat van het Christendom.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Nee, we jatten niks. Want dan kun je ook zeggen dat God gejat is van het Christendom, of de rook.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Nou, misschien ook wel…?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Nee, dat is allemaal geen diefstal. Dat is allemaal onafhankelijk daarvan tot ons gekomen. Ik kan er weinig aan doen dat we toevallig ook een heilige 3-eenheid hebben. Je kan ook zeggen dat rook in de Katholieke kerk, als daar met wierook wordt gesold, van ons is gejat. Dat hebben ze niet van ons gejat, toevallig waren zij er eerder mee.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Zij waren al een tijdje bezig, ja.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “2000 jaar, zo ongeveer.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Kunt u zich voorstellen dat Christenen het vervelend vinden, als u op die manier over God praat?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ja kijk, dat is het verschil. Ik krijg dus veel haatmail uit Christelijk hoek, overigens opmerkelijk vaak zeer slecht gespeld, ik weet niet goed waarom. Zij zeggen dat wij God bespotten of beledigen, maar dat is niet waar. Tenminste, wij bespotten niet onze God. Wij hebben onze eigen God, die bespotten we niet, en dat andere goden er soms wat magertjes vanaf komen binnen onze kerk, daar kunnen wij niks aan doen.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Bert, jij bent Christen, gaat het jeuken bij jou als je dit hoort, of denk je van ‘ach’…”

BERT KONTERMAN: “Ik heb respect voor alle medemensen op deze wereld. Het is een keus van hem, veel plezier ermee.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Je kunt het bijna geen keus meer noemen.”

CATHERINE KEYL: “Mag ik er nog één ding over zeggen? Ik heb een vriendinnetje die is niet al te lang geleden overleden aan longkanker. Zij was een zware rookster en ze dacht dat de longkanker wel aan haar voorbij zou gaan. Nou, als je dat hebt meegemaakt, dan ga je kotsen als je dit verhaal hoort. Sorry hoor!”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Maar jij kotst niet, dus…”

JAN DE ROOY: “Mijn vader is 75 geworden, altijd gerookt, en die is gestorven aan longkanker, en die zei in de laatste periode van zijn leven tegen mij ‘als ik geweten had dat het stoppen met roken zo makkelijk was, dan was ik wel veel eerder gestopt. Maar hij was wel te laat.”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Ja, kijk, je kunt kiezen voor een lang leven zonder God. Dan moet je misschien van de rookartikelen afblijven. Je kan ook kiezen voor een rijk geestelijk leven met God, en dan zou ik zeggen – Metgod, ook een voetballer – dan zou ik zeggen ‘ga vooral roken’, en kom bij de kerk. En rook met een hoofdletter R, en zie hoe lekker het kan zijn.”

ANDRIES KNEVEL: “Doordat u een narrenkap opheeft, denkt u niet dat u daardoor een beeld creëert bij de kijker dat het een soort carnavaleske grap is?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Nee, we hebben veel vrolijkheid in het geloof. De narrenkap symboliseert dat. En de heilige hofnar is één van de grootste verspreiders van het geloof. Die voert de kruistochten aan, en om hem te eren hebben wij deze narrenkap op. Niet allemaal, Co loopt zonder, zodat we zijn prachtige haardos kunnen zien.”

TIJS VAN DEN BRINK: “U bent ook niet geïnteresseerd in het rookverbod?”

MICHIEL EIJSBOUTS: “Nee, wij kennen geen rookverbod. Wij kennen alleen het rookgebod. Ik hoorde begin dit jaar dat er een rookverbod aan zou komen, en ik dacht ‘wat is dat nou voor flauwekul’. Als je alleen maar de term rookgebod kent, dan is rookverbod ineens een heel raar woord. Zoals pizza en pasta – klinkt een beetje hetzelfde, maar is heel wat anders.”

TIJS VAN DEN BRINK: “Meneer Cohen, hoe luistert in naar dit gesprek?”

JOB COHEN: “Er zijn echt van die momenten waarop je denkt ‘die scheiding tussen kerk en staat komt me uitstekend uit’.”

(doek)

Een vreemde opmerking van de Burgemeester van Amsterdam, dat de scheiding van kerk en staat hem op bepaalde momenten goed uitkomt. Op welke momenten komt het dan niet goed uit, vraag je je af?

Dit gesprek bevat een aantal interessante elementen. Michiel Eijsbouts heeft in 2001 een nieuwe religie in het leven geroepen. In rokerskerken aanbidden gelovigen de Rokersgod door middel van het roken van tabakswaren. Dat aanhangers van reeds langer gevestigde religies daarmee de draak steken, is opmerkelijk. Want Eijsbouts doet in feite niets anders dan de succesformule van het Christendom kopiëren: hij verzint een god, en hij verzint wat wetten en regels die hem goed uitkomen. Door het roken van tabak tot een religieus ritueel te maken, mag hij vanwege de grondwettelijke vrijheid van godsdienst ongestoord zijn God behagen met tabaksrook.

Wie denkt dat roken niet serieus genomen kan worden als religieus ritueel, wijs ik graag op de Braziliaanse Santo Daime kerk in Amsterdam. Die kerk mag via Schiphol thee importeren die verdovende middelen bevat. Dat heeft de rechtbank in Haarlem onlangs bepaald. De thee bevat de stof DMT die volgens de Opiumwet verboden is. Volgens de rechtbank mag het kerkgenootschap de ‘heilige thee’ toch invoeren omdat het gaat om een wezenlijk onderdeel van de godsdienstige beleving van de leden.

Wie onwettige handelingen wil legitimeren, sticht dus zijn eigen kerk en beroept zich op de vrijheid van godsdienst. Iedereen doorziet dit truukje natuurlijk, maar uit de mond van een gereformeerd Christen klinkt het wel erg hypocriet om Eijsbouts te verwijten dat hij een God heeft verzonnen. Want als Christenen geloven dat God, Maria of Jezus aan mensen verschijnt, met welk recht beschimpen ze dan de stichter van de Rokerskerk die precies hetzelfde beweert? God is aan hem verschenen, en heeft hem opgedragen Hem door middel van roken te vereren. Niks tegen in te brengen, lijkt me. En dat rook opstijgt geeft ook nog eens meerwaarde aan dit goddelijk voorschrift.

Volgens welk criterium wijzen gevestigde religies een visioen van de hand? Ik zag laatst iemand in een T-shirt met de tekst: “I can’t go to work today – The voices told me to stay home and clean the guns”. Dat wordt natuurlijk bestempeld als onzin, als een grapje. Maar waarom moeten we wel serieus nemen dat God Abraham opdroeg zijn bloedeigen zoon te offeren…?

Dat is een lastig probleem voor een religie, dat je om de oren geslagen kan worden met je eigen verzinsels. Want als de Paus wel met God kan praten, waarom zou de Rooksteker van de enige en universele rokerskerk van God dan niet met God kunnen praten? Als God iemand opdraagt zijn zoon te vermoorden, waarom kan God dan niet iemand opdragen om thuis te blijven en zijn vuurwapens schoon te maken? Wie bepaalt welke visioenen echt zijn en welke niet, en wat zijn de criteria?

Drie maanden na dit gesprek (3 Februari 2009) schokte Andries Knevel zijn Evangelische achterban door openlijk afstand te nemen van het scheppingsverhaal. In het televisieprogramma ’t Zal je Maar Gebeuren ondertekende hij voor de camera een brief met daarin ondermeer de volgende verklaring: “Vroeger geloofde ik dat de schepping in 6 keer 24 uur had plaatsgevonden en was ik creationist. Kort geleden geloofde ik nog in Intelligent Design. Maar nu niet meer. Nu geloof ik in evolutie. Ik herroep al mijn eerder uitspraken hierover en erken in het verleden mijn kinderen en kijkers op een dwaalspoor te hebben gebracht. Ik heb daar spijt van.”  (De doorgestreepte woorden stonden in de oorspronkelijke verklaring zoals die aan Knevel werd voorgelegd. Knevel streepte de woorden die hem niet bevielen door. Vooral de wijziging van ‘dwaalspoor’ naar’spoor’ is opmerkelijk).

Oud-EO-directeur Bert Dorenbos noemde deze actie van Knevel ‘een daad van agressie’. Weer een mooi voorbeeld van Christelijke onverdraagzaamheid: het niet gunnen aan anderen van de vrijheid (de vrijheid van godsdienst) die je zelf geniet. Religieuze zieltjes zijn altijd snel gekwetst. Er is doorgaans weinig te merken van vergeving en naastenliefde. Ik moet dan altijd denken aan de Amerikaanse standup comedian Bill Hicks, die eens na een voorstelling werd aangesproken door een groep rednecks: “Hey buddy, we’re Christians, we don’t like what you said.” “Then forgive me”, zei Bill.

Andries Knevel op zijn beurt trok het boetekleed aan en betuigde openlijk spijt van zijn onbezonnen daad waarmee hij veel mensen gekwetst had. Hij herriep zijn uitlatingen echter niet, en dat is wel weer in hem te prijzen. Knevel is er nu dus van overtuigd dat de eerste bladzijde van de Bijbel onzin verkondigt. Nu die andere 665 bladzijden nog.

Voordracht door Dap Hartmann, uitgesproken op de Atheïsmedag over Het Nieuwe Atheïsme, op 30 Mei 2009 in Utrecht.