Archief
Buitenhof
Sunday, March 7th, 2010
Altijd als ik Geert Wilders, André Rouvoet of Ella Vogelaar de uitdrukking “de joods- christelijke traditie” hoor bezigen, moet ik even huiveren. De joods-christelijk traditie is namelijk een typisch christelijke uitdrukking, die niet snel door Joden wordt gebruikt. Joden weten namelijk maar al te goed wat die joods-christelijke traditie voor hen heeft betekend: vervolging, pogroms en vernietiging.
Als mensen tradities bezingen dan benadrukken zij hoofdzakelijk de positieve kanten: de geborgenheid, het groepsgevoel en het geruststellende besef dat dingen altijd dezelfde blijven.
Maar tradities hebben ook een andere kant.
Als er überhaupt zoiets als een joods-christelijke traditie bestaat, dan behoort daartoe ook het kindermisbruik binnen de rooms-katholieke kerk. Dat misbruik wordt al eeuwen lang gepleegd door hitsige paters, die kreunen onder het celibaat. De kerk was in staat deze misdrijven lang onder de rok te houden, maar in deze tijd van openheid is dat niet meer mogelijk.

In Amerika, Ierland en Duitsland zijn honderden gevallen van misbruik aan het licht gebracht. Zelfs bij het katholieke jongenskoor van Regensburg, geleid door de broer van de huidige paus (zie foto), is het op grote schaal voorgekomen. Intussen heeft het misbruik ook Nederland bereikt. In één week tijd kwamen er 160 meldingen binnen van mensen die op internaten in aanraking zijn gekomen met de seksuele behoeften van Gods uitverkoren mannen en vrouwen.
Van buiten de kerk is actie ondernomen. Een leger schadeadvocaten staat klaar met miljoenenclaims. Maar ook zoekt een werkgroep van juristen en notarissen uit of schenkingen aan de katholieke kerk nietig kunnen worden verklaard, aangezien zij terecht zijn gekomen bij een organisatie die in strijd handelt met “de goede zeden”. Het gaat daarbij niet alleen om kindermisbruik, maar ook om discriminatie van homoseksuelen, zoals onlangs Prinscarnaval mocht ervaren toen hem de hostie werd geweigerd.
Moreel kompas als zij is, onderneemt de kerk zelf ook stappen. Zo meende de kerk in 2006 bij Aegon een wettelijk aansprakelijkheidsverzekering te hebben afgesloten, waardoor zij gedekt zou zijn tegen seksueel misbruik door haar personeel. Maar toen de kwestie aan de orde kwam bij een priester die zich aan een meisje had vergrepen, wilde de verzekeraar niet uitbetalen, omdat er een misdrijf in het spel was.
Ik ben geen jurist, maar het lijkt me dat Aegon een punt heeft. Het zou toch vreemd zijn wanneer je je kunt verzekeren in het geval je alsnog tegen de lamp loopt voor een inbraak die je in het verleden hebt gepleegd. Verder wijs ik erop dat het in Nederland ook niet meer is toegestaan boetes voor verkeersovertredingen van de belasting af te trekken. Zo bezien is het erg fideel van de verzekeraar dat men heeft geschikt door één miljoen te reserveren voor de slachtoffers.
Er is nog iets vreemds aan de zaak. Als een zwemleraar in Den Bosch misbruik pleegt, rukt het politionele en justitiële apparaat uit met groot materieel. Maar nu het misbruik binnen de katholieke kerk heeft plaats gevonden, blijft het van overheidswege opmerkelijk stil. Kennelijk vindt men het wel goed dat de katholieke kerk dit zelf binnenskamers oplost. Je zou dat de volmaakte scheiding tussen kerk en staat kunnen noemen, maar ik noem het in de beste joods-christelijke traditie: een gotspe.
Buitenhof, 7 maart 2010
Altijd als ik Geert Wilders, André Rouvoet of Ella Vogelaar de uitdrukking “de joods- christelijke traditie” hoor bezigen, moet ik even huiveren. De joods-christelijk traditie is namelijk een typisch christelijke uitdrukking, die niet snel door Joden wordt gebruikt. Joden weten namelijk maar al te goed wat die joods-christelijke traditie voor hen heeft betekend: vervolging, pogroms en vernietiging.
Als mensen tradities bezingen dan benadrukken zij hoofdzakelijk de positieve kanten: de geborgenheid, het groepsgevoel en het geruststellende besef dat dingen altijd dezelfde blijven.
Maar tradities hebben ook een andere kant.
Als er überhaupt zoiets als een joods-christelijke traditie bestaat, dan behoort daartoe ook het kindermisbruik binnen de rooms-katholieke kerk. Dat misbruik wordt al eeuwen lang gepleegd door hitsige paters, die kreunen onder het celibaat. De kerk was in staat deze misdrijven lang onder de rok te houden, maar in deze tijd van openheid is dat niet meer mogelijk.
In Amerika, Ierland en Duitsland zijn honderden gevallen van misbruik aan het licht gebracht. Zelfs bij het katholieke jongenskoor van Regensburg, geleid door de broer van de huidige paus, is het op grote schaal voorgekomen. Intussen heeft het misbruik ook Nederland bereikt. In één week tijd kwamen er 160 meldingen binnen van mensen die op internaten in aanraking zijn gekomen met de seksuele behoeften van Gods uitverkoren mannen en vrouwen.
Van buiten de kerk is actie ondernomen. Een leger schadeadvocaten staat klaar met miljoenenclaims. Maar ook zoekt een werkgroep van juristen en notarissen uit of schenkingen aan de katholieke kerk nietig kunnen worden verklaard, aangezien zij terecht zijn gekomen bij een organisatie die in strijd handelt met “de goede zeden”. Het gaat daarbij niet alleen om kindermisbruik, maar ook om discriminatie van homoseksuelen, zoals onlangs Prinscarnaval mocht ervaren toen hem de hostie werd geweigerd.
Moreel kompas als zij is, onderneemt de kerk zelf ook stappen. Zo meende de kerk in 2006 bij Aegon een wettelijk aansprakelijkheidsverzekering te hebben afgesloten, waardoor zij gedekt zou zijn tegen seksueel misbruik door haar personeel. Maar toen de kwestie aan de orde kwam bij een priester die zich aan een meisje had vergrepen, wilde de verzekeraar niet uitbetalen, omdat er een misdrijf in het spel was.
Ik ben geen jurist, maar het lijkt me dat Aegon een punt heeft. Het zou toch vreemd zijn wanneer je je kunt verzekeren in het geval je alsnog tegen de lamp loopt voor een inbraak die je in het verleden hebt gepleegd. Verder wijs ik erop dat het in Nederland ook niet meer is toegestaan boetes voor verkeersovertredingen van de belasting af te trekken. Zo bezien is het erg fideel van de verzekeraar dat men heeft geschikt door één miljoen te reserveren voor de slachtoffers.
Er is nog iets vreemds aan de zaak. Als een zwemleraar in Den Bosch misbruik pleegt, rukt het politionele en justitiële apparaat uit met groot materieel. Maar nu het misbruik binnen de katholieke kerk heeft plaats gevonden, blijft het van overheidswege opmerkelijk stil. Kennelijk vindt men het wel goed dat de katholieke kerk dit zelf binnenskamers oplost. Je zou dat de volmaakte scheiding tussen kerk en staat kunnen noemen, maar ik noem het in de beste joods-christelijke traditie: een gotspe.
Monday, February 15th, 2010
Deze week schreef Niall Ferguson in de Financial Times een stuk, waarin hij betoogt dat de schuldenlast van Griekenland zich over heel Europa zal uitbreiden en dat tenslotte ook Amerika hard zal worden getroffen. Het gevaar is reëel dat de Westerse beschaving, die in Griekenland is begonnen, door datzelfde Griekenland weer ten onder zal gaan.
Maar volgens Ferguson dreigt er nog een gevaar, namelijk dat China de financiële banden met de Verenigde Staten zal verbreken. Het afgelopen decennium was de verhouding tussen die twee landen een win-win-situatie, maar nu Amerika een reus op lemen voeten is geworden, heeft het financiële bondgenootschap voor de Chinezen veel van zijn aantrekkelijkheid verloren. Het einde van Chimerica, zoals Ferguson het noemt, is in zicht. Daarbij verwijst Ferguson naar het begin van de twintigste eeuw, toen de goede betrekkingen tussen Duitsland en Groot-Brittannië veranderde in een bittere rivaliteit, die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.
Ferguson zegt dat niet zo maar. Hij is ook niet zo maar iemand. Hij is een vooraanstaand historicus, gespecialiseerd op financieel-economisch terrein. Hij is professor in Oxford en Harvard. Voor de Financial Times schrijft hij regelmatig columns, maar hij beoefent ook het langebaanwerk. Zo publiceerde hij een standaardwerk over de Eerste Wereldoorlog en een tweedelige biografie over de Rotschildts, de beroemdste bankiersfamilie ter wereld. In zijn studie over het kolonialisme verdedigt Ferguson de stelling dat het kolonialisme niet alleen leed over de wereld heeft verspreid, maar dat het ook de wereld economisch en zelfs moreel vooruit heeft geholpen.
In 2003 kreeg Ferguson van Henry Kissinger inzage in diens archief, met het verzoek of hij een allesomvattende biografie wilde maken over de man, die onder president Nixon, het einde van de Vietnam-oorlog bewerkstelligde
En twee jaar geleden kwam Ferguson met The Acsent of Money – het succes van geld – dat een bestseller werd en waarvoor hij verschillende prijzen ontving. Over het thema van dit boek werd ook een televisiedocumentaire gemaakt, die Ferguson zelf presenteerde. En vorig jaar kruiste Ferguson de degens met de econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman over de huidige crisis.
In alle opzichten is de 46-jarige Niail Campbell Douglas Ferguson een aantrekkelijk man. Hij is een intellectueel, een miljonair en hij ziet er goed uit. Als hij een stad of een vakantiebestemming was geweest, zou je spreken van toplocatie.

Deze week kwam Ferguson weer in het nieuws. Hij heeft zijn vrouw en kinderen verlaten voor een andere vrouw. Pijnlijk, maar ware liefde is nu eenmaal immoreel. De nieuwe liefde is de door Nederland verstoten, maar alom bekende Ayaan Hirsi Ali. Op de een of andere manier schijt de duivel altijd op een grote hoop. Maar het is Ayaan, na alle doodsbedreigingen, natuurlijk van harte gegund.
Eigenlijk heb ik, Ayaan, maar één bezwaar. Was het nou echt nodig om iemand uit te zoeken, die zo’n beetje de ondergang van de hele westerse beschaving voorspelt?
Niettemin, Ayaan gefeliciteerd! Maar denk ook aan de uitspraak van de Griekse filosoof Plato: “Er zijn drie soorten mannen. Zij die houden van wijsheid. Zij die houden van eer en zij die zoveel mogelijk willen veroveren. Het blijft dus verdomd goed oppassen.
Binnenhof, 14 februari 2010
Deze week schreef Niall Ferguson in de Financial Times een stuk, waarin hij betoogt dat de schuldenlast van Griekenland zich over heel Europa zal uitbreiden en dat tenslotte ook Amerika hard zal worden getroffen. Het gevaar is reëel dat de Westerse beschaving, die in Griekenland is begonnen, door datzelfde Griekenland weer ten onder zal gaan.
Maar volgens Ferguson dreigt er nog een gevaar, namelijk dat China de financiële banden met de Verenigde Staten zal verbreken. Het afgelopen decennium was de verhouding tussen die twee landen een win-win-situatie, maar nu Amerika een reus op lemen voeten is geworden, heeft het financiële bondgenootschap voor de Chinezen veel van zijn aantrekkelijkheid verloren. Het einde van Chimerica, zoals Ferguson het noemt, is in zicht. Daarbij verwijst Ferguson naar het begin van de twintigste eeuw, toen de goede betrekkingen tussen Duitsland en Groot-Brittannië veranderde in een bittere rivaliteit, die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.
Ferguson zegt dat niet zo maar. Hij is ook niet zo maar iemand. Hij is een vooraanstaand historicus, gespecialiseerd op financieel-economisch terrein. Hij is professor in Oxford en Harvard. Voor de Financial Times schrijft hij regelmatig columns, maar hij beoefent ook het langebaanwerk. Zo publiceerde hij een standaardwerk over de Eerste Wereldoorlog en een tweedelige biografie over de Rotschildts, de beroemdste bankiersfamilie ter wereld. In zijn studie over het kolonialisme verdedigt Ferguson de stelling dat het kolonialisme niet alleen leed over de wereld heeft verspreid, maar dat het ook de wereld economisch en zelfs moreel vooruit heeft geholpen.
In 2003 kreeg Ferguson van Henry Kissinger inzage in diens archief, met het verzoek of hij een allesomvattende biografie wilde maken over de man, die onder president Nixon, het einde van de Vietnam-oorlog bewerkstelligde
En twee jaar geleden kwam Ferguson met The Acsent of Money – het succes van geld – dat een bestseller werd en waarvoor hij verschillende prijzen ontving. Over het thema van dit boek werd ook een televisiedocumentaire gemaakt, die Ferguson zelf presenteerde. En vorig jaar kruiste Ferguson de degens met de econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman over de huidige crisis.
In alle opzichten is de 46-jarige Niail Campbell Douglas Ferguson een aantrekkelijk man. Hij is een intellectueel, een miljonair en hij ziet er goed uit. Als hij een stad of een vakantiebestemming was geweest, zou je spreken van toplocatie.
Deze week kwam Ferguson weer in het nieuws. Hij heeft zijn vrouw en kinderen verlaten voor een andere vrouw. Pijnlijk, maar ware liefde is nu eenmaal immoreel. De nieuwe liefde is de door Nederland verstoten, maar alom bekende Ayaan Hirsi Ali. Op de een of andere manier schijt de duivel altijd op een grote hoop. Maar het is Ayaan, na alle doodsbedreigingen, natuurlijk van harte gegund.
Eigenlijk heb ik, Ayaan, maar één bezwaar. Was het nou echt nodig om iemand uit te zoeken, die zo’n beetje de ondergang van de hele westerse beschaving voorspelt?
Niettemin, Ayaan gefeliciteerd! Maar denk ook aan de uitspraak van de Griekse filosoof Plato: “Er zijn drie soorten mannen. Zij die houden van wijsheid. Zij die houden van eer en zij die zoveel mogelijk willen veroveren. Het blijft dus oppassen.
Binnenhof, 14 februari 2010
Monday, January 18th, 2010
Het Haagse jargon is vergeven van uitdrukkingen, die even snel verdwijnen als de laatste mode. Die uitdrukkingen passen vaak in een ritueel van inhoudsloze bezweringsformules. Men loopt om een totempaal en spreekt daarbij een reeks onbegrijpelijke woorden uit. Of men zwaait met een wierookvat en prevelt een gebed of een andersoortige mantra. Is men klaar met het ritueel dan zijn de problemen opgelost. De schuld is weg gewassen, de zonden zijn vergeven en men kan overgaan tot de orde van de dag.
Een mooi voorbeeld van zo’n bezweringsformule is de frase: “Het kan toch niet zo zijn…”. Vreemd genoeg wordt daarmee aangeduid dat de dingen juist wel zo zijn. Het kan toch niet zo dat er elke dag op straat oude vrouwtjes worden beroofd betekent eigenlijk niets anders dan dat er elke dag op straat oude vrouwtjes worden beroofd.
De afgelopen week was een andere bezweringsformule in het nieuws. En die luidde: met de kennis van toen… De tegenhanger daarvan luidt: met de wetenschap van nu… Maar samengevoegd zijn ze het mooist: met de kennis van toen en de wetenschap van nu.

Er is veel heibel geweest toen de minister-president deze bezweringsformule gebruikte bij de presentatie van het rapport-Davids over de deelname van Nederlandse troepen aan de inval in Irak. Een extra reden om de discussie naar een hoger plan te trekken en ons af te vragen wat er eigenlijk wordt bedoeld.
En dat is dit: wij hebben een beslissing genomen met de kennis die wij toen hadden. Hadden wij toen over andere kennis beschikt, dan hadden wij zeker een andere beslissing genomen, maar die kennis hadden wij niet. Kortom: wij namen de enig juiste beslissing, ook al was dat een totaal verkeerde beslissing.
Persoonlijk vind ik dat een briljante manier van redeneren, want op die manier zit je altijd goed. Bij de aanleg van de Amsterdamse metro is de boel ingestort, maar met de kennis van toen was er helemaal geen gevaar. Weliswaar is ons geld bij Icesave verdwenen, maar met de kennis van toen was het verantwoord om je centjes daar op een spaarrekening te zetten. Vervelend dat die Vietnamoorlog zo is afgelopen, maar met de kennis van toen moest het westen wel proberen stand te houden. Natuurlijk had Chamberlain nooit een pact met Hitler moeten sluiten, maar met de kennis van toen stond hij voor een voldongen feit.
Dat zijn allemaal historische verklaringen, waaruit wij in elk geval – met de kennis van toen en de wetenschap van nu – één conclusie kunnen trekken: regeren is achteruit zien.
En denkt u nu niet dat ik alleen maar kritiek heb op anderen, want ik besef heus wel dat deze column over tien jaar, met de kennis van dan, een waardeloze column blijkt te zijn.
Sunday, January 3rd, 2010
Graag wil ik hierbij een aantal mensen een gelukkig 2010 toe te wensen, te beginnen bij de Deense cartoonist Kurt Westergaard, op wie bijna een aanslag werd gepleegd. Een Somalische sluipmoordenaar probeerde zijn huis binnen te dringen, maar werd neergeschoten.

Ik wens de 74-jarige Westergaard nog een lang en productief leven toe.
Wie ik een gelukkig leven ná de dood toewens, is Michelle Lang, vermoedelijk de laatste van 130 journalisten die in 2009 tijdens hun werk de dood hebben gevonden. Michelle, verslaggever van een Canadese krant, reed in Afghanistan op een bermbom.
Een gelukkig Nieuwjaar ook voor Mir Hossein Mousavi, de Iraanse oppositieleider die bereid is te sterven voor de hervormingen in zijn land.
Geachte meneer Mousavi, doe dat niet!
Wij hebben genoeg van het martelaarschap. Hoe sympathiek uw streven ook is en hoe autoritair en onmenselijk uw tegenstanders ook zijn, het martelaarschap leidt tot niets en is een slecht voorbeeld voor de jeugd. U bewijst de vrijheid en de democratie in uw land een veel grotere dienst door te blijven bestaan en uw tegenstanders tot last te zijn – in het hier en in het nu. Daarom wens ik ook u een lang leven toe, zelfs als u dat gedeeltelijk in de gevangenis moet doorbrengen.
Een voorspoedig 2010 ook voor Jasper Schuringa, die in het vliegtuig de zelfmoordterrorist Umar Farouk Abdulmutallab uitschakelde. Dat de media uit de buurt van Jasper moge blijven, of flink moge dokken voor een interview.
De beste wensen ook voor de Nigeriaanse oud-minister en topbankier Abdulmutallab, de vader van de zelfmoordterrorist. Hij had zijn zoon al maanden eerder bij de politie aangegeven.
Oh, vader Abdulmutallab, ik zal aan u denken als ik in mijn mailbox weer zo’n uitnodiging vindt, waarin wordt gevraagd flink geld te storten in een van die aantrekkelijke, Nigeriaanse beleggingsfondsen die wel duizend procent rendement opleveren.
Een urbi et urbi voor paus Benedictus XVI, die op kerstavond werd besprongen door een vrouw. Ja, Uwe Heiligheid, het valt in deze tijd van popsterren en sporthelden beslist niet mee om als een aantrekkelijk mannetjesdier door het leven te gaan. Dat u dit op uw 82ste nog heeft mogen meemaken, bravo! Behalve vele jaren wens ik u ook veel wijsheid toe in uw streven de oorlogspaus Pius XII zalig te verklaren. Vindt u het moreel passend dat u – als voormalig lid van de Hitler Jugend – een paus zalig gaat verklaren die geen protest heeft laten horen toen de Joden in Europa werden vernietigend?
Het is maar een vraag. Moge niettemin de zegen van de Almachtige God op U nederdalen.
En tenslotte ook nog een lang leven toegewenst aan ons eigen zonnestelsel, waarvan door nieuwe metingen is vastgesteld dat het ineens vijf miljoen jaar jonger is dan de 4,6 miljard die altijd werd aangehouden. Als dat maar goed blijft gaan!
Maar mijn allerbeste wensen zijn voor de vuilnismannen. Die moeten de straten schoonvegen, omdat al die zakkige Nederlanders te beroerd zijn geweest hun eigen vuurwerkrotzooi op te ruimen. Hoort u daar niet bij, dan ook voor u: een gelukkig Nieuwjaar.
Buitenhof, 3 januari 2009.
Sunday, December 6th, 2009
De klimaatconferentie die morgen in Kopenhagen begint stelt ieder individu voor de vraag welke houding hij moet innemen tegenover de opwarming van de aarde en de daaruit voortvloeiende gevaren voor de mensheid.
Er zijn twee mogelijkheden. De eerste houdt in: wij stoken de aarde gewoon op en na ons de zondvloed.. Wij rijden net zo hard als willen, eten het hele jaar asperges, vissen de oceanen leeg en voor een ijsbeer gaan wij naar de dierentuin.
Deze houding is minder immoreel dan zij lijkt, tenminste als wij met z’n allen afspreken dat wij geen kinderen meer nemen. Als iedereen dat wil, is daar niets op tegen. Zonder nageslacht hoeft er ook geen schuldgevoel te zijn.
Misschien dat een kinderloze enkeling dat gezemel over onze verantwoordelijkheid jegens toekomstige generaties een beetje zat is, maar voor de rest denk ik niet dat er veel animo bestaat om de aarde op te stoken.
Overigens zou radicale geboortebeperking wel meehelpen het probleem te tackelen.
De tweede houding is dat wij, als individuen, ons steentje bijdragen. Daarbij moeten wij beseffen dat de macht van de consument enorm is. Dat heeft Peter Lakeman in de DSB-affaire bewezen. Als Lakeman met een strafzaak wordt gedreigd, omdat hij DSB heeft laten omvallen, dan speelt daarbij ongetwijfeld mee dat sommige instituties als de dood zijn voor de macht consument.
Die macht kan banken en bedrijven omblazen. Daarom moeten wij die macht ook in milieuaangelegenheden laten gelden. Als consumenten zouden beslissen geen vlees meer te kopen bij de kiloknaller dan is morgen de kiloknaller failliet. Als wij geen kersen meer willen uit Chili, dan verdwijnen die kersen snel uit de schappen.

Maar het hoeft niet altijd gepaard te gaan met actie en dreigementen. Wij kunnen zelf ook eenvoudige maatregelen nemen. Wat vroeger alleen door geitenwollen sokken werd beleden, wordt steeds urgenter. Zo publiceerde NRC/Weekblad gisteren 15 gezinsmaatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen.
Je hoort ze vaak, maar ik noem ze nog even: een HR-ketel nemen, thermostaat lager, isoleren, groene stroom, minder vliegen, vaker thuis werken, was drogen alleen als het regent, computer uitzetten, laptop in plaats van desktop, geen dikke tv, een zuinige auto, minder voedsel weggooien, minder vlees eten en alleen groeten van het seizoen en korter douchen.
Beseffend dat ik tot hogere middenklasse behoor, stel ik ontevreden vast dat ons gezin aan zeven van de vijftien aanbevelingen gehoor heeft gegeven. Wij hangen de was altijd uit – ook als het regent – en wij hebben in ons geïsoleerde huis een HR-ketel en een LCD-tv. Wij eten kip in plaats van vlees en ik werk thuis.
Maar met een paar aanbevelingen heb ik moeite. Met minder vliegen bijvoorbeeld. Ik wil de aarde wel redden, maar ik wil haar ook graag zien, zeker op vakantie. Net als Ramses Shaffy leven wij maar één keer. Ook wil ik een snelle auto. Die kinderachtigheid is de laatste toevluchtsoord waar de moderne man nog zijn mannelijkheid kan ervaren. En tenslotte houd ik van lang douchen, en dat gaat niemand mij afnemen.
Het leven is schipperen tussen soberheid en uitbundigheid, tussen goede wil en donder op. Als ik mag blijven vliegen, douchen en auto rijden, zal ik voortaan geen kersen in de winter en boerenkoel in de zomer eten.
Maar dat zal niet genoeg zijn en daar ligt mijn fout: Sammy heeft te veel omhoog gekeken en Pammy doet dat nog steeds.
Buitenhof, 6 december
Sunday, November 22nd, 2009
Deze week kreeg premier Balkenende twee nederlagen te slikken. Net terug uit Brussel, waar niet hij maar Van Rompuy werd gekozen tot de eerste president van Europa, moest Balkenende alweer uitleggen waarom Willem-Alexander en Maxima hun vakantiehuis in Mozambique toch gaan verkopen.
Evenals Dries van Agt heeft Balkenende een eigen manier van uitdrukken. Van Agt houdt van anachronismen – ouderwetsigheden – en maakte zijn tegenstanders gek door ze met “mijn beste” aan te spreken, maar Balkenende doet het anders.

Wat aan het taalgebruik van de premier opvalt, is de behoefte aan beweging. Zo gebruikt onze premier graag het werkwoord “aangeven”. Hij heeft niet iets gezegd, maar hij heeft iets aangegeven. Daarmee betoont Balkenende zich de butler, die – ons burgers – op een blaadje komt aangeven wat wij hebben besteld.
Maar de beweging bij Balkenende zit hem niet alleen in het aangeven. Een woord waar Balkenende ook van houdt, en dat onnoemlijk vaak in zijn vocabulaire voorkomt, is: dynamiek.
Let maar op. In bijna elke toespraak, of het nu is voor ondernemers, architecten of theologen, altijd gebruikt hij het woord dynamiek. Laat hem de Auto RAI openen, de bel luiden voor het nieuwe Academische jaar of de Bilderberg Conferentie afsluiten, altijd gaat het over dynamiek.
Weet u bijvoorbeeld nog hoe Balkenende uitviel tegen de Kamer.“”Ik begrijp niet”, riep hij, “waarom jullie zo negatief en vervelend doen. Laten we blij zijn met elkaar. Laten we zeggen: Nederland kan het weer. De VOC-mentaliteit! Over grenzen heen kijken. Dynamiek!”.
Misschien is Balkenende’s voorliefde voor dynamiek vooral een compensatie voor zijn eigen, houterige optreden, maar laten wij niet de psychiater spelen.
Al een paar jaar heeft Balkenende ontdekt dat “dingen” ook hun “eigen dynamiek” hebben – zoals dat heet.
Zo kwam er pas een onderzoek naar de brand in het Catshuis, toen het ongeluk volgens Balkenende “een eigen dynamiek” begon te krijgen. Een ander onderzoek – naar de politieke steun van Nederland aan de oorlog in Irak – werd door Balkenende toegezegd, niet omdat hij de waarheid boven tafel wilde hebben, maar omdat “de dynamiek rond dit onderwerp een eigen leven begon te leiden”.
En dan nu dat Koninklijke strandhuis in Mozambique.
Opnieuw toonde Balkenende zich een onbevreesde strijder tegen dat jammerlijke verschijnsel van de eigen dynamiek. Hij zei: “Er is veel publiciteit. Deze hele beeldvorming krijgt een eigen dynamiek. Wat mij drijft is het voorkomen dat we een eigen dynamiek krijgen”.
Kortom, vervelende kwesties waar Balkende onderuit wil komen, krijgen vanzelf een eigen dynamiek. Daarmee rijst de vraag wat eigen dynamiek eigenlijk inhoudt. Eigen dynamiek duidt op processen, die zo maar ontstaan en die hun eigen gang gaan volgens wetten die niemand kent. Ineens zitten koeien op lantaarnpalen, vliegen huizen door het heelal en hebben mensen alleen nog linkerhanden.
Voor processen met een eigen dynamiek draagt niemand verantwoordelijkheid en ook is er niemand schuldig aan. Dat laatste is erg belangrijk, want het ontbreken van verantwoordelijkheid of schuld is de kern van alle Nederlandse politiek.
Of je er stemmen mee wint, weet ik niet. Toen Balkenende werd gevraagd of hij zich zorgen maakt over de slechte peilingen, antwoordde hij: “Ach, partijen stijgen en dalen zonder dat er iets is veranderd. Het fenomeen van de peilingen heeft nu eenmaal – u raadt het al – zijn eigen dynamiek”.
Herman van Rompuy, de nieuwe president van Europa, zal het daarmee volledig eens zijn.
Buitenhof, 22 november 2009
Sunday, November 8th, 2009
Na de aanslag op de Twin Towers stelde de toenmalige president Bush de Taliban een ultimatum, waarin ook de uitlevering van Osama bin Laden werd geëist. Taliban antwoordde niet rechtstreeks, want dat zou in strijd zijn met de islam, maar via Pakistan werd om bewijsmateriaal gevraagd.
Het geduld van Bush was op, en zo begon op 7 oktober 2001 de oorlog in Afghanistan met de bombardementen van Amerikaanse en Britse vliegtuigen. Spoedig veroverden de geallieerden Kaboul en de rest leek een fluitje van een cent.
Inmiddels zijn wij acht jaar verder, maar een overwinning is nog ver weg. Vooral de laatste tijd krijgen de geallieerde strijdkrachten harde klappen.
Nog geen twee dagen geleden bijvoorbeeld kwamen bij een NAVO-luchtaanval vier Afghaanse militairen en drie politieagenten om het leven. Eigen mensen dus, getraind door de coalitie. Friendly fire heet dat, maar net zo dodelijk.
Eerder deze week besloten de Verenigde Naties zeshonderd man personeel uit Kaboel te evacueren, omdat het te gevaarlijk werd. Vijf VN-medewerkers waren al vermoord. Elke dag zijn er aanslagen en ontploffen er bermbommen, en dan heb ik het maar niet over de doorgedraaide legerpsychiater, die op de Texaanse basis Fort Hood dertien militairen neerknalde.
Verder zag ik filmbeelden, gemaakt met een verborgen camera, waarop te zien is hoe Afghaanse troepen hun wapens inleveren bij de Taliban. Bij het wegrijden werd nog even gezwaaid.
Behalve militaire verliezen zijn er ook politieke tegenslagen te noteren. De verkiezingen bleken vervalst en de tweede ronde werd afgeblazen, omdat de tegenstander van de zittende president Karzai er geen vertrouwen meer in had. Karzai moet nu de corruptie aanpakken om het vertrouwen herstellen, maar dat is onmogelijk. Het westen komt de democratie brengen via een met bedrog gekozen leider, die kennelijk onvervangbaar is.
Hoge militairen voelen jegens hun troepen de morele verplichting optimistisch te zijn. Vandaar dat oorlogen vaak langer duren dan noodzakelijk.

Bij Pauw & Witteman zei de Nederlandse Isaf-generaal De Kruif dat het de goede kant opgaat. Wel moet het misschien nog tien jaar duren. Ook zei hij de Taliban niet te beschouwen als een moslimorganisatie, aangezien de islam een vredelievende godsdienst is. Daar zal de Taliban, die niet eens wilde praten met de ongelovige Bush, wel van opkijken.
Met goede bedoelingen win je geen oorlog, niet op de korte termijn en ook niet op de lange termijn. De Taliban zal toch echt verslagen moeten worden en ik vrees dat het Nederlandse opbouwwerk allang in de kiem gesmoord zal zijn, als op de papavervelden nog de boerenkool en de spruitjes moeten worden ingezaaid.
In Nova zei voormalig Sovjetleider Gorbatsjov dat er niets anders opzit dan de aftocht. En Gorby kan het weten, want in 1989 was hij het die Sovjettroepen de smadelijke opdracht gaf naar huis te gaan.
Wat moet er gebeuren om hetzelfde lot van de Russen te vermijden?
Eerst moet Karzai worden ingeruild voor een integere kandidaat. Vervolgens heb je iemand nodig die de Talibanstrijders ervan gaat overtuigen dat de islam een vredelievende godsdienst is. Ik stel voor Alexander Pechtold te sturen, die niet alleen een geweldige stemmentrekker is, maar ook nog een islamoloog in het kwadraat. En als je dat allemaal hebt geregeld, moet je geen duizend militairen naar Afghanistan sturen, maar honderdduizend.
Krijg je dat niet voor elkaar, dan kun je maar beter de raad van Gorbatsjov opvolgen.
Buitenhof, 8 november 2009
Sunday, October 18th, 2009
Het staatspensioen, in Nederland geregeld bij de AOW, is geen socialistische uitvinding. Het was Bismarck die in 1889 als eerste een inkomensverzekering oplegde, welke tot uitkering kwam bij ziekte, invaliditeit of ouderdom.

Het ironische is dat Bismarck juist een enorme hekel had aan socialisten. Enerzijds probeerde hij bij wet te verbieden dat arbeiders zich konden verenigen in politieke partijen, anderzijds deed hij er van alles aan om de arbeiders tevreden te stellen met wetgeving op het gebied van gezondheid, onderwijs en bejaardenzorg.
Bismark stond dus met één been in het verleden en met één been in de toekomst.
De gemiddelde leeftijd in het Pruisen van Bismarck was zeventig jaar. Pensioen kreeg je vanaf je 72ste, zodat de staat geen al te grote risico’s liep. Later is de pensioengerechtigde leeftijd verlaagd tot 65, een getal dat inmiddels een sociale verworvenheid symboliseert.
In Nederland kwam Drees direct na de Tweede Wereldoorlog met de Noodwet Oudersdomsvoorziening, die bedoeld was als een tijdelijke maatregel, maar in 1957 was het werkelijk zover en werd de AOW tot wet verheven door de socialistische minister Suurhoff.

Suurhoff was een uitstekende minister, die onder meer de vangrail invoerde, maar hij was ook beetje eigenaardig. Toen twee vrachtwagenchauffeurs aan het lossen waren en Suurhoff, op weg naar zijn departement, er met zijn auto niet langs kon, schijnt hij geroepen te hebben: “Weten jullie wel wie ik ben? Ik ben Suurhoff, de minister van Sociale Zaken”.
Waarop een van de vrachtwagenchauffeurs heeft teruggeroepen: “Doe effe kalm, vader! Al was je Suurkóól!”.
Suurhoff stond dus met één voet in het verleden en met de rest van zijn lichaam in de toekomst, maar dit voorval heeft er misschien voor gezorgd dat wij nu niet van Suurhoff trekken, maar van Drees.
Toen de AOW werd aangenomen, belegde de PvdA op het Amstelveld in Amsterdam een feestelijk bijeenkomst. Ik was tien jaar en mijn vader, partijlid, nam me mee. Bij die gelegenheid heb ik de geweldenaren Drees en Suurhoff een handje mogen gegeven.
In 1970 gebeurde er iets vreemds: mijn vader kreeg te maken met de wet waar hij zo’n fervent voorstander was geweest. Hij werd 65 en ging met pensioen. Maar mijn vader wilde helemaal niet. Hij was kerngezond, toch moest hij stoppen. Nog zie ik voor me hoe bedremmeld hij erbij zat op het afscheidsfeest dat voor hem was georganiseerd. Vanaf het moment dat hij mocht genieten van zijn oude dag is hij eigenlijk nooit meer de oude geweest.
Over een aantal jaren bereik ikzelf de pensioengerechtigde leeftijd, maar van de nieuwe AOW-regels zal ik niets merken. Die gaan pas gelden voor mensen beneden 55 jaar. Uiteraard heb ik mijzelf afgevraagd of ik op 65ste zou willen stoppen. Het schrijven en uitspreken van columns is weliswaar een lood, lood, lood, loodzwaar beroep, maar toevallig is het ook leuk werk, waar ik het liefste tot mijn 80ste, tot mijn dood, mee zou willen doorgaan.
En dat is natuurlijk ook de kwestie: vermoedelijk zijn er grote groepen mensen die – zoals ik – gewoon door willen werken en met wie allerlei afspraken te maken zijn over het later ingaan van de AOW. Er is vast een enorme winst te behalen door de AOW helemaal individueel en flexibel te maken.
Pas als het zo ver is, zullen wij – op weg naar de dood – met beide benen in de toekomst staan.
Buitenhof, 18 oktober 2009
Sunday, October 11th, 2009
Het kamerdebat over de begroting van ons koningshuis heeft aangetoond dat Nederland in een crisis verkeert – een integriteitcrisis.
De contouren van de crisis werden al zichtbaar tijdens de Amsterdamse enquête over het debacle van de Noord/Zuid-lijn. De aannemers die wellicht ook verantwoordelijk waren voor gemaakte fouten, veegden hun gat af met de enquête en kwamen gewoon niet opdagen. Burgemeester Cohen kwam wel, maar hij ontkende elke betrokkenheid door doodleuk op te merken dat hij en zijn wethouders “ook maar amateurs zijn op dit gebied”.

Stel u voor dat morgen alle magnums en cornetto’s ineens naar spruitjes, zure zult of hoofdkaas smaken en dat de topman van Unilever zegt: “Thuis kook ik ook niet. Als kok ben ik maar een amateur”. Of dat de baas van Shell zou zeggen: “Olie gelekt in de Noordzee? Sorry hoor, thuis kan ik ook geen gaatje in de muur boren”.
Natuurlijk hoeft manager niet zelf te weten hoe je precies ijs maakt of hoe je in het gesteente boort, maar hij moet wel een professional zijn in het aantrekken van de juiste deskundigen.
Het meest schokkende was nog dat Cohen wegkwam met zijn flauwe kul. Iedereen blij dat niemand verantwoordelijk was, en de volgende las je alweer dat Cohen de PvdA moet redden door zich beschikbaar te stellen voor het premierschap.
Het begint de laatste tijd onaangenaam op te vallen dat het aantal bestuurders met een integriteitprobleem ernstig toeneemt.
Zo meldde NRC/Handelsblad dat Gerd Leers, de burgemeester van Maastricht, zijn functie heeft misbruikt. Toen Leers met een vakantiehuis in Bulgarije financieel het schip inging, probeerde hij via allerlei overheidskanalen zijn persoonlijke bezittingen te redden.
Of neem Gerrit Zalm en Robin van Linschoten, gerespecteerde politici die hun heil zochten bij een bank, die woekerprovisies van tachtig procent binnenhaalde. Of neem Frank de Grave, die tussen 1990 en 1996 loco-burgemeester van Amsterdam was en nu beweert dat een overheidsbestuurder best een paar miljard – oftewel 120 % – ernaast mag zitten bij zijn ramingen. Maar over de DSB, waar De Grave ook even heeft gezeten, zwijgt hij in het koor van allen die “geen commentaar” geven. We wachten wel tot 2020, Frank, om te horen hoeveel miljard DSB eigenlijk aan al die gedupeerden had moeten terugbetalen.
En dan kwam deze week in de Tweede Kamer ook de handel en wandel aan bod van leden van ons Koningshuis. Via fiscale sluiproutes langs Guernsey en andere belastingparadijzen eindigden wij op Mozambique, waar Willem-Alexander een strandhuis wil laten bouwen. De Volkskrant had er gisteren een uitvoerig stuk over, waarin allerlei louche en half-louche figuren uit de upper-upper-upper-class langsparaderen, met inbegrip van Herr Flick, erfgenaam van een groot nazie-kapitaal.
In plaats van het project direct af te schieten, meende premier Balkenende het tij voor het strandhuis te kunnen keren door voor de kroonprins een vage stichting in het leven te roepen, maar je kunt op je Hollandse klompen aanvoelen dat zoiets in de toekomst alleen maar nog meer gelazer oplevert. De republikeinen van Nederland mogen Jan Peter wel dankbaar zijn.
In Nederland wordt steeds gelachen om de charmante sjoemelaar Silvio Berlusconi, met wie onze premier altijd goed heeft kunnen opschieten. Wij begrijpen waarom. In navolging van zijn Italiaanse held leidt Jan Peter Balkenende ons met vaste hand naar een bananenmonarchie, die wordt bestuurd door amateurs.
Buitenhof, 11 oktober 2009.
Monday, September 28th, 2009
Deze week werd bekend dat het PVV-kamerlid Brinkman op sociëteit Nieuwspoort niet te veel Hero Cassis of Hero Appelsap heeft gedronken, maar wel te veel bier.

Toen de barman het kamerlid nog een glas weigerde, sprong Brinkman zelf achter de tap, wat tot enige handtastelijkheden leidde. Weer nuchter bood Brinkman publiekelijk zijn excuses aan en verklaarde dat hij zich voor zijn drankprobleem zal laten behandelen.
Opvallend was dat de kwestie reeds de volgende dag op straat lag, terwijl het gebeurde zich in de beslotenheid van een sociëteit had afgespeeld. Een sociëteit waarborgt zijn leden privacy en handelt dit soort zaakjes binnenshuis af. Daar is een sociëteit een sociëteit voor en geen gewoon café, maar kennelijk waren er genoeg redenen om het kamerlid een loer te draaien.
Die loer hangt natuurlijk samen met de hoop dat de Partij van de Vrijheid zichzelf zal opblazen. Het gedrag van het kamerlid werd al een LPF’je genoemd, naar de partij die na de dood van Pim aan schandalen ten onderging.
Als het parlementair niet lukt de PVV te verslaan, moet die partij zichzelf maar ten gronde richten. Minister Eberhard van der Laan, die aankondigde Wilders hard te zullen aanpakken en vervolgens zelf niet ongeschonden uit de strijd kwam, zei gisteren in de Volkskrant dat “het probleem Wilders zichzelf oplost”.
En de PVV zal “imploderen”.
Dat is zowel een optimistische als een luie gedachte. Het onzinnige voorstel van Wilders een kopvoddentax te heffen op hoofddoekjes was een blunder, maar wat als Wilders bijleert en verdere blunders weet te vermijden?
De misstap van Hero Brinkman is niets bijzonders. De Nederlandse politiek heeft drankgebruik een lange traditie. Nog niet zo lang geleden werd gewoon gedronken op de ministerraadvergaderingen. In 1966 moest minister Smallenbroek aftreden, omdat hij een geparkeerde auto had geraakt, Jan Pronk reed een greppel in, en Ruud Lubbers ramde een paaltje. Minister Vredeling van Defensie heeft ’s nachts eens bij wildvreemden aangebeld met de vraag of ze nog een fles whisky verborgen hielden.
Zo ja, dan kwam het leger die fles confisqueren.
Drankgebruik komt voor in de allerhoogste politieke kringen voor. Dankzij Bill Clinton weten wij sinds een week dat zijn voormalige Russische ambtsgenoot Boris Jeltsin tijdens een bezoek aan Washington op een avond stomdronken – en slechts gekleed in onderbroek – buiten het Witte Huis is aangetroffen, op zoek naar een pizza.
Wij, eenvoudige kiezers, kijken nergens meer van op.
Deze week deed Guusje ter Horst, de huidige minister van Binnenlandse Zaken, het voorstel om een blaastest voor voetgangers in te voeren, om zo het fenomeen van de openbare dronkenschap terug te dringen. Nog in 2006 kwam zijzelf in het nieuws, toen zij bij een alcoholfuik op de Oude Kleefsebaan in Berg en Dal, werd betrapt op rijden onder invloed.
Dat incident heeft haar ministerschap niet in de weg gestaan. Je moet dus concluderen dat een oneffenheidje in de privé-sfeer wordt vergeven, al zou Hero Brinkman naar de harde maatstaven van zijn eigen partij in de knieschijf geschoten moeten worden.
De gemeenteraadsverkiezingen komen er aan en de Nederlandse politiek zal zich blijven verharden. Politici zou ik daarom aanraden weg te blijven uit Nieuwspoort. Maar wel wil ik een toost uitbrengen op premier Jan Peter Balkenende, die al jaren zo uit vorm is dat hij best een slok gebruiken.
Proost!
Buitenhof, 27 september 2009
Monday, September 14th, 2009
Deze week is de viering begonnen van het historische feit dat New York 400 jaar geleden door Nederlanders is gesticht. Althans, zo willen de Nederlanders het graag presenteren, maar de Amerikanen weten van niks. Het feestje in New York wordt dan ook uitsluitend met Nederlands geld betaald.

Financieel draagt New York niets bij. Ze zullen wel gek zijn. Morgen staan de Denen voor de deur, omdat New York duizend jaar geleden is verwoest door de Vikingen.

Toch werden Willem-Alexander en Maxima door Michelle Obama op het Witte Huis uitgenodigd voor een kopje thee. De Amerikaanse president schoof zelf ook nog even aan, wat een aardig plaatje opleverde.
Het jubileum is aangegrepen om de relatie tussen de Verenigde Staten en Nederland te benadrukken, maar door de foto van het theekransje realiseerde ik mij vooral hoe zeer de Verenigde Staten en Nederland uit elkaar zijn gegroeid.
Om te beginnen zaten daar twee zwarte mensen tegenover twee blanke kaaskoppen. Weliswaar komt de prinses uit Argentinië, maar het feit dat zij heur haar blondeert, onderstreept dat zij helemaal bij ons Nederlanders hoort.
Hoewel Obama en Willem-Alexander van dezelfde generatie zijn, zijn zij staatsrechterlijk elkaars tegenpolen. De een is democratisch gekozen, de ander wordt door overerving benoemd. De een heeft een mandaat van het volk, de ander moet – hoewel de veertig gepasseerd – wachten tot zijn moeder het goed vindt dat hij de troon bestijgt.
Een verschil is ook dat de Amerikaanse president, helemaal de zwaarte van zijn ambt in aanmerking genomen, aanzienlijk minder verdient dan de Nederlandse kroonprins. Een Amerikaanse president gaat pas na de vervulling van zijn ambt echt verdienen door het geven van lezingen en het schrijven van boeken. Een Nederlandse kroonprins hoeft niet bang te zijn dat hij later zelf moet zien rond te komen. Boeken schrijven hoeft hij sowieso niet. Dat is meer iets voor presidenten, ministers of pausen, maar niets voor koningen.
Door de foto van het theekransje probeerde ik mij ook voor te stellen wat er zou gebeuren als van president Obama plotseling bekend wordt dat hij op Mozambique een strandhuisje laat bouwen met behulp van malafide zakenmensen. De president zou het heel zwaar krijgen in het Huis van Afgevaardigden en hem zou meer worden toegeroepen dan alleen maar: “You lie! – je liegt!”, zoals congressmen Joe Wilson (zie foto) van South Carolina onlangs deed.

Mocht blijken dat de president, zijn vrouw Michelle of andere familieleden gebruik maken van fiscale sluiproutes via de Kaaiman Eilanden, Guersney of de Nederlandse Antillen, dan zou het Huis te klein zijn. Een afzettingsprocedure zou zeker tegen hem worden gestart. In Amerika betaal je lang niet zo veel belasting als hier, maar elke niet opgegeven quarter kan het einde van je publieke carrière betekenen.
Mij hoor je niet beweren dat het ene politieke systeem beter is dan het andere. In Nederland wordt kennelijk tegen dit soort zaken heel anders aangekeken.
Op Prinsjesdag zal het Nederlandse staatshoofd in de troonrede ongetwijfeld spreken over matiging, bezuiniging en het aanpakken van hoge bonussen.
Ik hoop dat geen van de Nederlandse parlementariërs zal roepen wat Joe Wilson riep. Ik hoop ook dat het staatshoofd dinsdag verklaart dat leden van het Koningshuis voortaan gewoon belasting gaat afdragen, niet via een belastingparadijs, maar via de Centrale Belastingdienst in Apeldoorn.
En voor de rest: leve de Koningin! Leve New York! Hoera, hoera, hoera!
Buitenhof, 13 september 2009
Monday, June 15th, 2009
De uitspraak dat de kiezer altijd gelijk heeft, was na Europese verkiezingen niet erg populair. Integendeel, afgaande op het merendeel van de reacties kreeg je de indruk dat de Nederlandse kiezer volkomen had gefaald.
De media probeerden nog objectief te doen, maar ook zij konden hun afkeer over de enorme winst van Geert Wilders niet verhullen.
Geen enkele landelijke krant toonde sympathie voor Wilders, en eenzame politiek incorrecte columnist daar gelaten. Zelfs De Telegraaf, die voor Wilders een steun zou kunnen zijn, was voorzichtig. Begrijpelijk, want onder wijlen Kees Lunshof – voormalig parlementair redacteur – heeft De Telegraaf steeds een anti-Fortuyn-koers gevaren.

Paradoxaal genoeg verklaart dat gebrek aan sympathie voor een deel ook het succes van Wilders. Zijn kiezers voelen zich totaal niet gerepresenteerd door de wat je het officiële circuit zou kunnen noemen. Daarom maakt verkettering door het officiële circuit Wilders alleen maar populairder en daarom zal het aanstaande proces wegens haat zaaien Wilders nóg populairder maken.
De overwinning van Wilders heeft vooral tot verwarring geleid. Hoe moet je de PVV aanpakken? Dat is de vraag.
De simpelste strategie bestaat eruit de verkettering te verhevigen. Direct na verkiezingen werd Wilders omschreven als een humorloze schreeuwlelijk, een windbuil en een als gevaarlijke man die op de angst inspeelt.
In de Volkskrant deelde Mohamed Rabbae een morele rode kaart uit door Wilders onomwonden “een racist” te noemen en NRC/Handelsblad drukte een stuk af van René Danen, voorzitter van Nederland Bekent Kleur, zelf prominent deelnemer aan de Hamas-hamas-joden-aan-het-gas-demonstratie op het Museumplein.
“Durf Wilders een racist te noemen”, stond er met grote letters boven.
Durf, daar gaat het om. Als je maar durft, dan kun je het. Tsjakka!
In dit getraumatiseerde land wordt zo’n beetje alles vertaald in termen van durf en moed. De hedendaagse politiek is een strijd geworden van verzetshelden tegen verzetshelden. Zo hoorde je ook veel dat de Wilders-stemmers bange mensen zijn. Bang voor de islam.
Hier wil ik iets ten gunste zeggen van bange mensen. Angst is een nuttig mechanisme. Het is een waarschuwingssysteem dat ons attent maakt op onheil. Met mensen die geen angst kennen, loopt het doorgaans slecht af. Of mensen bang zijn, is ook niet de vraag. De vraag is of hun angst reëel is. In een wereld waar wolkenkrabbers instorten, waar metrostations worden opgeblazen, politici, schrijvers en filmers worden bedreigd, waar wijken onleefbaar zijn vanwege de jeugdcriminaliteit en waar altijd wel ergens een zelfmoordaanslag wordt gepleegd, in zo’n wereld doet iedereen er verstandig aan tenminste een beetje bang te zijn. Tsjakka!
Wat gaan wij doen met die bange, racistische Wilders-stemmers?
Blijven wij ze honen? Bouwen wij een cordon sanitair? Zetten wij ze het land uit? Of doen wij het met hen wat in de jaren zestig repressieve tolerantie werd genoemd?
Repressieve tolerantie is de techniek waarbij ideeën, die voor de heersende macht ongewenst zijn, een plaats in het systeem wordt gegund – om ze aldus om zeep te helpen. Men tolereert ze in de hoop dat het effect op den duur verloren gaat. De filosoof Marcuse bedacht de term als waarschuwing aan linkse partijen. Tevergeefs, want het mechanisme is zo sterk dat links zich heeft laten inkapselen.
Mij lijkt dat repressieve tolerantie ook van toepassing moet zijn op rechtse partijen, maar dan moet je natuurlijk wel eerst met Wilders samenwerken.
Buitenhof, 14 juni
Sunday, May 24th, 2009
De Volkskrant bracht gisteren het bericht over een baby die was gestorven, na behandeld te zijn door een cranio-sacrale therapeut. Volgens de ouders heeft de therapeut het nekje van het kind zo lang gebogen dat gevolgen fataal waren. Onderzoek heeft deze doodsoorzaak inmiddels bevestigd.
Sacraal betekent “heilig” en craniologie is de studie van de schedel. Die is in de negentiende eeuw bedacht door ene dr. Gall, verder ontwikkeld door ene dr. Lombrozo, en later in handen gevallen van ene Adolf Hitler, die er wel brood in zag voor zijn rassentheorie.

Tegenwoordig opereert de craniologie in een nieuw, heilig jasje. Op de site Praktijk voor Lichaamswerk en Cranio-Sacraal Therapie lees ik dat ene dr. Upledger het cranio-sacrale ritme van de hersenen heeft ontdekt. Niet veel later zou deze Amerikaanse arts ook het bestaan van een heel cranio-sacraal systeem “wetenschappelijk hebben bewezen”.
Dat laatste wordt met nadruk vermeld. Dat zie je trouwens vaak bij de alternatieven. Ze adverteren ermee dat er meer is tussen hemel en aarde, maar ondertussen willen ze maar al te graag worden erkend door de echte medische wetenschap.
Bijna altijd zijn die claims vals. Of het sacrale craniologie is, homeopathie, bioritmiek, klankschalentherapie, tantra healing of wat niet al, van geen dezer behandelwijzen is wetenschappelijk bewezen dat het helpt. Van cranio-sacrale therapie weten wij dat het nooit is opgenomen in een wettenschappelijk onderzoeksprotocol. Het werk van de meeste alternatieve artsen en therapeuten onderscheidt zich daarom niet van dat van kwakzalvers. Het zijn handelaren in valse hoop.
Het was trouwens een slechte week voor de alternatieven. Zo is tegen Jomanda, bekend van het ingestraalde water – “ook voor uw honden en katten” –, een voorwaardelijke straf van een jaar geëist voor haar misdadige adviezen inzake de borstkanker van actrice Sylvia Millecam.
En dan was er de onthulling dat de cursussen van het medium Gabriela Gaastra en haar man Rients Gaastra worden vergoed door de zorgverzekeraar CZ.

Volgens Gabriela, zo lees ik in Trouw, hebben de slachtoffers van de aanslag in Apeldoorn een menselijk schild gevormd om de leden van de Koninklijk familie te redden. De doden zijn gestorven voor een hoger doel en wij zullen dat later pas begrijpen. Daarom kan de spiritualiteit van de dader Karst T. niet genoeg worden geprezen, aldus Gabriela, die ook beweert dat deze boodschap haar is ingefluisterd door Jezus, Maria en Maria Magdalena.
Helaas doen bijna alle grote zorgverzekeraars aan deze onzin mee. Wilt u worden vergoed voor een bedevaart naar Lourdes of voor een safari met een masseur, die u inwijdt in de geheimen van chakra’s? Dat kan. Het is zelfs een bloeiende bedrijfstak geworden.
Ieder mens heeft het recht de geloven in de grootste mogelijke flauwe kul. Miljoenen mensen doen dat ook, dat is hun vrijheid. De wereld wil bedrogen worden, maar die behoefte dient niet te worden gesubsidieerd door de staat en gefaciliteerd door zorgverzekeraars. Een grondige wetenschappelijke studie moet daarom weer verplicht worden voor een ieder die medische diagnoses stelt. En wie die papieren niet heeft, moet gewoon weer een ouderwetse dauw krijgen.
En, o ja. De Verenging van Natuurgeneeskundig Therapeuten heeft inmiddels Gabriela aan de kant gezet. De vereniging wijst erop dat er bonafide zijn en niet-bonafide natuurgenezers, zoals je ook bonafide zakkenrollers hebt en niet-bonafide zakkenrollers.
Dat laatste zeggen die natuurgeneeskundige therapeuten overigens niet. Dat zeg ik.
Buitenhof, 24 mei 2009.
Sunday, May 10th, 2009
Gisteren werd bekend dat John, – of misschien beter: Iwan – Demjanjuk zich moet melden bij de Amerikaanse emigratiedienst. Er lijkt geen ontsnappen meer mogelijk: Demjanjuk, die in Cleveland woont, wordt uitgeleverd aan Duitsland, waar hij als oorlogsmisdadiger terecht moet staan voor zijn aandeel in de moord op 29.000 joden in het concentratiekamp Sobibor.

Het proces tegen Demjanjuk zal ik met bijzonder belangstelling volgen, want verschillenden van mijn familieleden zijn daar omgekomen, onder wie mijn grootvader. Als die in 1943 drie weken later naar Sobibor op transport was gezet, had hij Damjanjuk nog kunnen ontmoeten. Wie Demjanjuk vermoedelijk nog wel heeft meegemaakt is Simon Pam, die in onze familie om mij onbekende redenen “Simon Eendje” werd genoemd. Hij arriveerde in Sobibor net toen Demjanjuk als kampbewaker was aangesteld, met de voorspelbare gevolgen.
Op zichzelf lijkt het mooi dat na ruim zestig jaar nog recht wordt gedaan, maar toch zet ik vraagtekens bij het proces. Mijn skepsis komt niet voort uit zoiets als vergeving, maar heeft meer te maken met praktische omstandigheden.
Ten eerste kun je je afvragen hoe zinvol het is iemand van 89 jaar nog te berechten. Zelfs als de verdachte wordt veroordeeld, heeft hij niet lang meer te leven.
Daar komt bij dat de rechtsgang tegen Demjanjuk bepaald niet voorspoedig is verlopen. In 1988 werd hij al een keer in Israël ter dood veroordeeld voor zijn optreden in Treblinka, een ander concentratiekamp. Tijdens dat proces toonde de Nederlandse geheugendeskundige prof. Wagenaar aan dat de getuigenissen van Treblinka-overlevenden erg onbetrouwbaar waren. Hoe verder weg hoe slechter te herinnering, tot mensen zich alleen nog maar herinneren wat zij de laatste keer hebben gezegd. Veel betrokkenen waren boos op Wagenaar en Demjanuk werd toch veroordeeld.
Maar in 1991, juist voordat Demjanuk zou worden geëxecuteerd, doken uit de KGB-archieven verklaringen op waaruit bleek dat Damjanjuk was verwisseld met een andere Iwan de Verschrikkelijke: Iwan Martsjenko.
Zo haalde Wagenaar alsnog zijn gelijk en moest Demjanjuk worden vrijgelaten. Op die dag kreeg de uitdrukking “een geluk bij een ongeluk” wel een heel naargeestige betekenis.
Laten wij hopen dat openbare aanklagers dit keer beter onderzoek hebben gedaan. De bewijsvoering schijnt nu stevig in elkaar te zitten. Bijna van dag tot dag kan men nagaan wat Demjanjuk destijds heeft uitgespookt. Er zijn nog gaten, maar het algemene beeld is helder.

Toch kan ik nauwelijks vrede hebben met de gang van zaken. In Sobibor had Damjanjuk niet eens een leidinggevende functie, al kan over de aard van de misdaden geen discussie zijn. Als hij inderdaad de Demjanjuk is waarvoor hij wordt gehouden, is hij toch een enorme schurk. Maar wat mij afschrikt, is de rol van de vermoorde onschuld die hij gaat spelen en de emoties die hij bij hoogbejaarde overlevenden gaat oproepen. Ik houd mijn hart vast, met in mijn achterhoofd de onverdraaglijk gedachte dat het weer zo’n echec kan worden als destijds met het proces in Israël.
Onrechtvaardig dat kampbewakers negentig jaar kunnen worden en dat er niet gewoon een hel bestaat waarin zij weg kunnen rotten.
Buitenhof, 10 mei 2009
Sunday, April 26th, 2009
Deze week waren er twee memorabele gebeurtenissen: de dood van Martin Bril en het debat over de JSF. Aan mij de taak deze gebeurtenissen te combineren.
Een bekend gezegde in de Nederlandse politiek luidt: regeren is vooruitschuiven.
Dat werd weer waargemaakt in het debat over de aanschaf van het nieuwe jachtvliegtuig: de JSF. Als ik het goed begrepen heb, gaan wij dat ding nog niet aanschaffen, maar kopen wij wel alvast een testtoestel. Wij zouden natuurlijk ook alleen testuren kunnen kopen, zoals de Partij van de Arbeid aanvankelijk wilde, maar dat doen wij niet. Eén heel testtoestel, van de neus tot staart, daar doen wij het mee. Dan kunnen wij in 2010, 12 of 16 – het lijkt de Amsterdamse metro wel – alsnog beslissen of wij die JSF echt gaan kopen.

Wij doen net alsof wij meedoen, maar wij kunnen altijd nog nee zeggen; dat is zo’n beetje de strekking van het compromis dat werd bereikt.
De lievelingspoëzie van Martin Bril staat in Rozen & Motoren, een bundel van de dichter Hans Verhagen, aan wie dit jaar de PC Hooftprijs is toegekend.
Rozen & Motoren. De roos in de vuist is lang het symbool geweest van de PvdA, de partij die altijd sputtert bij de aanschaf van wapentuig, maar die toch altijd instemt met de koop. De motoren staan natuurlijk voor de jachtvliegtuigen, die wij niet gekocht hebben, maar wel gaan kopen.
Kijkend met Martin Bril-ogen heb ik het debat over de JSF geen passieloze achterkamertjespolitiek gevonden, maar een fascinerend aangelegenheid. Onmiddellijk valt op dat het PvdA-standpunt – nee, mits, tenzij, dus ja, of eventueel toch weer nee – werd uitgedragen door drie vrouwen: Angelien Eijsink, Marriëtte Hamer en Liliane Ploumen. Wedden dat geen dezer vrouwen er ooit van heeft gedroomd straaljagerpiloot te worden.
Tegenover Angelien, Mariëtte en Liliane stond in de media niet staatssecretaris Jack de Vries, maar de geweldige generaal Dick Berlijn, die in een Starfighter is geboren en die is groot gebracht met de geur kerosine en verbrand rubber. De knappe, mannelijke Dick is tegenwoordig opperlobbyist voor de JSF.
In een dictatuur zou de strijd ongelijk zijn, maar in ons parlement huppelden de drie dames zo wispelturig van hot naar haar dat de generaal er bijna scheel van keek.
Jammer dat Martin Bril niet meer over het debat heeft kunnen schrijven. Marriëtte Hamer, de aanvoerster van de drie, vergeleek hij met een lampenkap, die – en ik citeer – het “dimmende licht van het socialisme verspreidt”. Waaraan hij enigszins beschaamd toevoegde: “We mogen een mens, en zeker een vrouw, niet op het uiterlijk beoordelen, maar we doen het natuurlijk allemaal wel. Die wetenschap moet voor Mariëtte Hamer een hele harde zijn”.
Heel anders dacht Bril over Dick Berlijn, van wie hij een briefing bijwoonde. “De generaal”, schreef Bril, “gaf een spannende samenvatting van de gebeurtenissen. Een dappere tegenaanval met luchtsteun en houwitservuur, vijand verdreven, tussen de tachtig en de honderd doden, waaronder burgers – keel afgesneden, in brand gestoken, geëxecuteerd. Terwijl hij dit alles vertelde was op de achtergrond het hartverscheurende beeld te zien van oude fluitketel met een kogelgat”.
Tsja.
Toch is het mooi dat in onze democratie de man die een oude fluitketel aan flarden schiet uiteindelijk aan de leiband lopen moet van een lampenkap.
Hoewel, die JSF komt er toch. Laat dat maar aan de drie dames over.
Buitenhof, 26 april 2009

Monday, April 6th, 2009
Sinds paus Benedictus XVI aan de macht is, jagen heel wat zijn onfeilbaarheden ons – eenvoudige stervelingen – de stuipen op het lijf.
Zo maakte de paus, bijgestaan door de federatie van katholieke artsen, bekend dat het gebruik van de anticonceptiepil moreel verwerpelijk is. Via de pil komen namelijk hormonen in het milieu. Dat is waar, maar als je zoiets wilt voorkomen, zou je de mensheid moeten verbieden naar de wc te gaan of zich anderszins te ontlasten.

Na deze waarschuwing verklaarde Benedictus dat de mensheid gered moet worden van de homoseksualiteit, wat betekende dat het de taak van de kerk is de homoseksueel – en ik citeer – “te beschermen tegen zelfdestructie”.
Nauwelijks van deze schrik bekomen, kwam het nieuws dat de paus vier bisschoppen weer in genade had aangenomen, onder wie Richard Williamsen, de monseigneur die altijd had beweerd dat het getal van zes miljoen vergaste Joden schromelijk overdreven is. Ondertussen probeerde het Vaticaan nog een mouw te passen aan de zaligverklaring van paus Pius XII, ook wel der Stellvertreter genoemd, die in de Tweede Wereld Oorlog geen hand naar de Joden heeft uitgestoken.
En dan de reis van Benedictus XVI naar Afrika, waar de paus beweerde dat condooms eerder de verspreiding van Aids bevorderen dan tegengaan.
Die opvatting leverde de paus een schrobbering op van het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Volgens het blad – zie onderaan – is het feitelijk onwaar dat het condoom de verspreiding van Aids verergert en gedraagt de paus zich met zijn uitspraken uiterst onverantwoordelijk.
Het pleiten tegen het gebruik van condooms moet je vergelijken met de aanbeveling om de verkeersborden af te schaffen, omdat er ondanks die borden toch geregeld ongelukken gebeuren.
“Het is onduidelijk”, aldus The Lancet, “of de paus uit onwetendheid deze fout heeft gemaakt of dat hij bewust de wetenschap heeft gemanipuleerd om de katholieke doctrine te ondersteunen”. Het blad vindt dat Zijne Heiligheid zijn excuses moet aanbieden.
Zoals de paus de plaatsvervanger is van God op aarde, zo is de plaatsvervanger van de paus in Nederland: aartsbisschop Wim Eijk.

Onlangs verdedigde Eijk in de Volkskrant de pauselijke opvattingen inzake het condoom. Zo noemde hij het monogame huwelijk – en ik citeer – “de beste springplank die we kinderen voor hun leven kunnen bieden”. Voor veel vrouwen is die springplank nooit veel anders geweest dan een strijkplank, maar dit terzijde. Waar het om gaat, is de opvatting van Eijk dat het condoom – en ik citeer – “nu eenmaal weinig bijdraagt aan de seksuele feestvreugde”.
Hoe weet Zijne Hoogwaardige Excellentie, de aartsbisschop, dat eigenlijk?
Daarom wil ik Wim Eijk, toch een celibatair man, graag enige seksuele voorlichting geven. Het is misschien niet altijd ideaal, maar vaak dragen condooms wel degelijk bij aan de vreugde. Er bestaan zelfs condooms, die de genotsplekjes extra stimuleren. Ik heb er één bij me. Deze condooms kunnen de algehele feestvreugde verhogen, zelfs binnen een monogame huwelijk.
Ik weet dat, monseigneur, uit eigen ervaring.
Deze maand heeft de Mensenrechten Commissie van de Verenigde Naties een resolutie aangenomen waarin staten wordt opgeroepen religiekritiek strafbaar te stellen. Vooral landen, die geen vrijheid van meningsuiting kennen, stemden voor. Dat kan ons evenwel niet beletten het handelen van de paus als immoreel te verwerpen. Het is jammer dat de hel niet bestaat, want anders was er voor Zijn Heiligheid zeker voor plaatsje vrij zijn geweest, naast Lucifer in dat gruwelijke meer van ijs.
En nu naar huis.

Binnenhof, 5 april 2009
The Lancet:

Monday, March 30th, 2009
Op het CDA-congres lanceerde premier Jan Peter Balkenende onlangs een tweede Balkenende-norm: de morele Balkenende-norm.
De gewone Balkenende-norm kent u. Die schrijft voor dat een overheidsfunctionaris niet meer mag verdienen dan het salaris van de minister-president, zo’n 171 duizend euro.
Op dat congres uitte Balkenende zijn ergernis over de grote financiële risico’s, die er de laatste jaren zijn genomen in het bedrijfsleven en bij semi-overheid. Zo verwees hij naar de baas van de woningcorporatie Rochdale, die op kosten van de zaak in een Maserati rondreed.
“Daar kan ik alleen van dromen,” zei de premier.
Aan de andere kant prees Balkenende leraren, hulpverleners en werknemers in de zorg, die niet vragen om bonussen of hoge afkoopsommen, maar altijd klaar staan voor een bemoedigend woord.
Daarom moet er een nieuwe, morele Balkenende-norm komen, die niet de hoogte van zijn salaris als ijkpunt heeft, maar – en ik citeer de premier – “het nemen van de verantwoordelijkheid voor de taak die jou is toebedeeld”.
Tijdens een bezoek aan het Westland zei hij als toelichting daarop: “Westlanders zijn mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Ze lopen niet weg als het even tegenzit. Ze zijn niet bang om hard te werken. Ze kijken om naar een ander, bouwen aan een mooie toekomst, voor zichzelf en voor Nederland. En ze weten met bescheiden middelen ongelofelijk veel voor elkaar te krijgen. Westlanders voldoen, kortom, volledig aan de nieuwe Balkenende-norm”.
Wat onmiddellijk opvalt, is het fundamentele verschil tussen de gewone Balkenende-norm en de morele Balkenende-norm. De gewone Balkenende-norm is gekoppeld aan een instituut: het minister-presidentschap. Wat de minister-president verdient, is de norm. Ook als Balkenende is verdwenen, zal een opvolger worden betaald volgens die Balkenende-norm. Niets op aan te merken.
Maar de morele Balkenende-norm is niet gekoppeld aan een instituut, maar aan een persoon – de persoon van Jan Peter Balkenende zelf. Dat is een persoon die zijn verantwoordelijkheid neemt voor de taak die hem is toebedeeld. Die persoon loopt niet weg als het even tegenzit. Die persoon is niet bang om hard te werken. Die persoon kijkt om naar een ander, bouwt aan een mooie toekomst voor zichzelf en Nederland.
Kortom, die persoon is een geweldige, onbeschaamde opschepper die zichzelf tot norm heeft verheven. “Een samenleving kan niet zonder moreel kompas”, heeft de premier er in al zijn bescheidenheid er ook nog eens bij gezegd. En dat kompas is hij uiteraard zelf.

Niettemin komt zelfs in dat morele kompas wel eens vuiltje komt, zoals bleek in de Volkskrant van gisteren. Daarin wordt onthuld dat Balkenende in 1992 met geleend geld – zo’n 190.000 gulden – in het Badhotel van Domburg een appartement heeft gekocht, hopend dat hij er op jaarbasis zo’n tien à vijftien procent aan zou verdienen. Hij kocht dat appartement van iemand die niet rondreed in een Maserati, maar in Rolls Royce Silver Spirit. Een man, die “de loopjongen” van crimineel Willem Endstra zou worden.
Jarenlang heeft Balkenende moeten procederen om de risico’s die hij heeft genomen weer op orde te krijgen. Ik neem onmiddellijk aan dat Jan Peter Balkenende te goeder trouw heeft gehandeld, maar dan nog rijst hij op als iemand die gretig een aardig winstje wilde maken en die er toen met open ogen is ingetuind. Zoals ze in het Westland zeggen.
En daarmee voldoet hij niet aan mijn norm voor wat een goede minister-president zou moeten zijn.
Buitenhof, 29 maart
Thursday, March 26th, 2009
Het is een nadeel van de economische crisis dat andere kwesties niet meer de aandacht krijgen die zij verdienen.
Bijvoorbeeld de kwestie van de dubbele nationaliteit. De Kamer wil enerzijds de dubbele nationaliteit ontmoedigen, anderzijds wel men ook niet toegeven aan het idee van het eigen volk eerst. Een gevoelig dilemma. Wie herinnert zich niet de ophef over de dubbele nationaliteiten van de staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb?
Deze week kwam de kwestie weer aan de oppervlakte via Tofik Dibi van Groen Links, die minister Van der Laan had gevraagd of het juist is dat koningin Beatrix een dubbele nationaliteit heeft. De majesteit zou naast de Nederlandse ook de Britse nationaliteit bezitten en vermoedelijk ook nog de Duitse. U begrijpt de achterliggende suggestie: als zelfs het staatshoofd – ons nationale symbool – een dubbele nationaliteit mag hebben, hoe kan men dan andere Nederlanders hetzelfde recht ontzeggen?
Minister Van der Laan betoonde zich in zake van het koningshuis een echte sociaal-democraat. Dus ontweek hij de vraag en zei slechts dat de Koningin de Nederlandse nationaliteit bezit.
Ja, dat wisten wij al. Het ging om die andere nationaliteiten.
Gelukkig is er een autoriteit op dit gebied, Jessurun d’Oliviera, oud-hoogleraar in het internationaal privaatrecht, Europees recht en migratierecht. Al in 1998 toonde hij aan dat onze opvolgende koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix op grond van een oude Engelse wet Brits zijn.

Het is te ingewikkeld om hier uit te leggen, maar het begint bij Sophie, de Keurvorstin van Hannover, die in Engeland op de troon kwam. In 1705 is een naturalisatiewetje aangenomen, waarin werd vastgelegd dat Sophie en al haar nazaten fictief in Engeland geboren zouden zijn. Raar maar waar. En dus ook geldig voor Wilhelmina, Juliana en Beatrix, die rechtstreeks afstammen van Sophie uit Hannover.
In HP/De Tijd van 16 december 2005, heeft d’Oliviera beschreven wat er gebeurde toen hij zijn bevindingen ter bevestiging of ontkenning aan de Rijksvoorlichtingsdienst voorlegde. Eerst werd geantwoord dat de RVD zich niet uitspreekt over de juistheid van wetenschappelijke publicaties. Vervolgens kreeg de hoogleraar te horen dat de koningin maar één paspoort heeft, want natuurlijk ook geen antwoord is, want je kunt één paspoort hebben en toch twee of drie nationaliteiten bezitten. Toen zei de RVD dat het om een volstrekt theoretische kwestie ging en tenslotte werd er gezwegen.
Gelukkig heeft d’Oliviera zijn analyse bij het staatshoofd zelf kunnen toetsen. Dat gebeurde in 1998 op paleis Noordeinde, toen Paul de Wispelaere de Prijs der Nederlandse Letteren kreeg uitgereikt. Beatrix vertelde bij die gelegenheid hoe het was om in Canada Engelstalig op te groeien. Daarop trok de hoogleraar de stoute schoenen aan en bracht naar voren dat de majesteit niet alleen Engelstalig is opgegroeid was, maar dat zij ook de Britse nationaliteit bezit.
“De vorstin keek me aan”, schrijft d’Oliviera, “als door een adder gebeten en sprak: ’Hoe komt u daarbij? Dat is een krantenhype’”.
De hoogleraar antwoordde: ‘Maar mevrouw, ik ben de bron van die hype.’
“Dan is het een onderwerp voor een andere gelegenheid’, prevelde de majesteit, waarop zij zich resoluut omdraaide.
In de hoogste kringen weet men dus precies hoe het in elkaar steekt met die dubbele nationaliteit van ons Koningshuis. In plaats daar zo spastisch over te doen, zou eenvoudige erkenning wel zo oprecht zijn. Dan kan de kwestie ook snel in de Kamer worden afgehandeld.
Buitenhof, 8 maart 2009.
Hieronder het bewuste stuk van H.U.Jesserun d’Oliveira:
ONZE KONINGINNEN ZIJN OOK BRITS
1.
Volgens de Wet op het koninklijk huis die na lang touwtrekken tussen koningin Juliana en het kabinet in 1985 tot stand kwam, wordt het lidmaatschap van het koninklijk huis verloren bij verlies van het Nederlanderschap. Dat impliceert, positief geformuleerd, dat alleen Nederlanders lid van het koninklijk huis kunnen zijn, d.w.z. koning kunnen zijn of hem krachtens de Grondwet eventueel kunnen opvolgen. De vraag rijst of leden van het koninklijk huis, de koning ingesloten, ook buitenlandse nationaliteiten mogen bezitten en vooral of dat ook voorkomt. Beide vragen moeten bevestigend beantwoord worden. Meer in het bijzonder zal hier worden aangetoond, dat onze laatste drie koninginnen naast de Nederlandse ook de Britse nationaliteit bezaten of bezitten. Zij zijn bipatride (geweest). lees verder
Monday, February 23rd, 2009
Het is een Angelsaksische traditie dat een minister na zijn ambtsperiode een boek schrijft over zijn politieke daden. In Nederland gebeurt dat zelden, maar Ella Vogelaar – de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie – heeft het geprobeerd in haar boek: Twintig maanden knettergek.
Het is inderdaad een heel gek boek.
Zo is het niet geschreven door Ella Vogelaar zelf, maar door Onno Bosma.
“Who the hell is Onno Bosma?”, zult u vragen.
Onno Bosma is de partner van mevrouw Vogelaar, een gepensioneerd vakbondsman die “mensen wil aanzetten tot zelfreflectie”, zoals hij zelf zegt.
Tijdens haar ministerschap heeft Ella alles wat zij meemaakte aan Onno verteld en Onno heeft dat nauwkeurig genoteerd in wat zij samen “een logboek” noemen. Of dat onwetendheid is of zelfoverschatting durf ik niet te zeggen, maar een logboek is een scheepsjournaal dat wordt opgetekend door de kapitein. Dus het logboek van het schip van staat wordt niet geschreven door een minister, maar door de minister-president.
Maar dit terzijde.
Nu vind ik het een onbehaaglijke gedachte dat een minister vrijuit haar werk bespreekt met haar partner. Waarom dan ook niet meteen met de kinderen, de huisarts of met de buren? Enige discretie en terughoudendheid lijken geboden, maar Bosma vermeldt dat hij na ampele overweging de verslagen van ministerraadsvergaderingen en van de ontmoetingen met het staatshoofd uit het boek heeft geschrapt.
Dat kan alleen maar betekenen dat hij die verslagen wel degelijk onder ogen heeft gehad en wanneer een gewone burger als Onno Bosma dat mag, zie ik niet in waarom ik dat niet zou mogen. Kom op met die stukken, Onno! Wat jij nu weet over koningin Beatrix of over defensieminister Van Middelkoop zou ik ook graag willen weten.
Op bijna elke pagina van dit logboek staat iets geks, vooral als het gaat over communistische verleden van mevrouw Vogelaar. Op pagina 33 bijvoorbeeld vraagt zij Balkenende of het bij haar benoeming tot minister geen probleem is dat zij lid was van de CPN. Daarop antwoordt de premier dat hij geen bezwaren ziet, aangezien – en ik citeer letterlijk – dat lidmaatschap “helemaal paste bij de tijdgeest van de jaren zeventig”.
Daar valt je mond van open. Misschien dat er op de VU destijds marxistische studenten rondliepen, maar in 1973 had Solzjenitsyn zijn Goelag Archipel gepubliceerd en werd nogmaals bekend wat iedereen allang wist, namelijk dat de communistische terreur zeker aan dertig miljoen mensen het leven had gekost.
In Twintig maanden knettergek gaat Onno Bosma ook nog langs bij Marcus Bakker, om tegenover de inmiddels hoogbejaarde CPN-baas op te scheppen over zijn Ella. Een paar pagina’s verder wordt mevrouw Vogelaar door minister Van Middelkoop gevraagd of zij met spijt terugkijkt op haar CPN-verleden: “Nee”, zegt ze resoluut, al wil ze wel toegeven dat zij toen over het eigenaardige vermogen beschikte om zich – en ik citeer – “voor onwelgevallige informatie af te sluiten”. Wat betekent dat je haar alles wijs kon maken.
En eigenlijk geldt dat nog steeds. Het is bijna onvoorstelbaar dat mevrouw Vogelaar niet door heeft dat zij door haar partner op een bijna sadistische manier is geportretteerd als een naïeve, ijdele vrouw zonder enige zelfreflectie. Maar misschien heeft Onno Bosma dat zelf ook niet door.
Wie het tenslotte wel doorhad, was Wouter Bos, die haar terecht en zonder scrupules heeft ontslagen.
Buitenhof, 22 februari 2009
Sunday, February 8th, 2009
Vorig jaar verscheen Het OM in de fout, een boek van prof. Ton Derksen over de structurele missers van het Openbaar Ministerie.
Derksen, die ook een studie schreef over de gerechtelijke dwalingen in het proces tegen Lucia de B., heeft in zijn boek meer zaken onder de loep genomen en zijn conclusie luidt dat het OM in veel gevallen onwaarheden debiteert, informatie achter houdt, willekeurige feiten bijeenraapt, elementaire argumentatiefouten maakt en niet openstaat voor zelfkritiek, zodat de verdachte al bij voorbaat is veroordeeld.
Deze week verscheen De slapende rechter, een boek van Wagenaar, Israëls en Koppen, eveneens drie hooggeleerde heren. Dit boek gaat over de vele fouten en blunders van rechters. Ook deze auteurs hebben een flink aantal zaken onder de loep genomen en hun conclusie luidt dat rechters in veel gevallen onwaarheden accepteren, niet nieuwsgierig zijn, willekeurige feiten bijeenrapen, elementaire argumentatiefouten maken en niet openstaan voor zelfkritiek, zodat de verdachte al bij voorbaat is veroordeeld.
Als je Het OM in de fout en De slapende rechter naast elkaar legt, krijg je een ontluisterend beeld van de Nederlandse rechtspraak.
Blunders van rechters zijn extra ingrijpend, want wie ten onrechte wordt veroordeeld, wordt veroordeeld tot een verwoest leven.
Helaas hoeven blunderende rechters zich nauwelijks te verantwoorden. Rechters worden beoordeeld door hogere rechters, en dat is zoiets als slagers die hun eigen vlees keuren. Groepseer gaat boven zelfkritiek, concluderen de auteurs van De slapende rechter. Zij wijzen er bijvoorbeeld op dat noch het Hof van Amsterdam, noch de Hoge Raad de moed of het fatsoen heeft opgebracht om openlijk te verklaren dat Kees Borsboom onschuldig is veroordeeld in de Schiedammer parkmoord. De rechterlijke macht zocht liever een omweg om het eigen falen te verdoezelen.
Datzelfde lijkt te gebeuren in de zaak-Lucia de B., waarvan de afloop wordt getraineerd tot 2013, terwijl het wel zo fatsoenlijk zou zijn de zaak snel te beëindigen en beschaamd de eigen fouten te erkennen.
Een belangrijk obstakel bij de herziening van verkeerde uitspraken is het zogenaamde novumprincipe, dat zegt dat herziening slechts mogelijk is als zich een nieuw feit voordoet. Dat principe kan absurde gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een rechter over het hoofd ziet dat een verdachte nooit op twee plaatsen tegelijkertijd geweest kan zijn. Toch is het in zo’n geval onmogelijk om tot herziening over te gaan, omdat niets nieuws aan het dossier is toegevoegd. Een verkeerde interpretatie van een feit wordt namelijk niet beschouwd als een nieuw feit, slimme juristerij om te voorkomen dat rechters met hun eigen fouten worden geconfronteerd.
Daarom pleiten Wagenaar, Israëls en Koppen voor een onafhankelijke bestuurorgaan, dat moet beslissen over de herziening van strafzaken.
Mensen maken fouten, ook rechters. Daar is niets aan te doen. Maar er zit aan die fouten, naar aantal en tijdsduur gemeten, wel een limiet. Daarom kan ik hier niet eindigen zonder het schrijnendste geval te noemen: de Eper incestzaak uit de jaren tachtig. Wagenaar, Israël en Koppen laten tonen aan dat ook de rechters van toen – zeer tot hun schande – gevoelig zijn gebleken voor totale flauwe kul in de bewijsvoering. Het resultaat daarvan is dat twee mensen, tot aan de dag van vandaag, onschuldig vastzitten.
Eigenlijk zouden rechters die onschuldigen hebben veroordeeld zelf veroordeeld moeten worden tot een straf die overeenkomt met de tijd dat die onschuldigen onterecht in de gevangenis hebben gezeten.
Buitenhof, 7 februari 2009
Sunday, January 18th, 2009
Als je op Google “Obama+Nederland” intikt, krijg je zeker anderhalf miljoen verwijzingen. Obama is populair in ons land. Hij heeft zelfs een eigen fanclub. Aangestoken door zijn charisma willen wij graag bij Obama horen. Dat blijkt ook uit de vele sites waarop wordt aangetoond dat Obama van Friese of Nederlandse afkomst is.
Zo zou Obama’s stamboom teruggaan naar de veertiende eeuw, toen er in Sneek of Tietjerksradeel ene Sicko Obama woonde. Daarnaast heeft het Pilgrim Museum in Leiden bekend gemaakt dat Obama’s betovergrootvader onder de naam Blossom in 1620 met de pilgrims naar Amerika is vertrokken. Ook zijn er berichten dat Hollandse slavenhandelaren in Kenia contacten hebben onderhouden met de Obama’s. Er zelfs een site, waarop wordt aangetoond dat de stieffamilie van de Obama zwaar heeft geleden onder de politionele acties in Indonesië.
Ik moet nu een onthulling doen.
Ook ik heb een nauwe band met Obama. Sterker nog: als u aan Obama zou vragen wie Max Pam – of Mèx Pèm – is, dan zou hij dat onmiddellijk weten.
Dat zit zo, en ik zeg er onmiddellijk bij: het is echt waar, u kunt het zelf nazoeken op internet.
Een van mijn voorvaderen, die ook Max Pam heette, werd in 1865 geboren in wat toen Bohemen heette. Hij emigreerde naar de Verenigde Staten, waar hij furore maakte als jurist. Hij was een van de stichters van de rechtenfaculteit van de universiteit van Chicago. Nog steeds bestaat daar een naar hem genoemde leerstoel: de Max Pam professorship of American and Foreign law.
Het is aan die faculteit dat Barack Obama zijn intellectuele scholing heeft genoten.
Hoewel de Chicago Law School als een conservatief bolwerk bekend staat, is het ook de broedplaats van veel verlichte geesten. De besten van hun generatie komen daar vandaan.
Onlangs heeft de gezaghebbende Amerikaanse jurist Cass Sunstein, gespecialiseerd op het gebied van de antiterrorismewetgeving, een stuk geschreven met de titel: The Obama I Know – de Obama die ik ken. Het gebeurde op het hoogtepunt van de verkiezingscampagne dat Sunstein plotseling door Obama werd opgebeld. Obama wilde alles weten over de rechtmatigheid waarmee president Bush zich een onbeperkt afluisteren van internationale telefoonverkeer had toegeëigend. De expert Sunstein had juist over die materie een artikel gepubliceerd.
Obama, schrijft Sunstein, bleek zich terdege te hebben voorbereid en stelde precies de goede vragen. Hij kwam zelf ook met een gedetailleerde lijst van voors en tegens. Het gesprek was diepgaand, hoewel het maar twintig minuten duurde. Aan het eind concludeerde Obama dat het onwettelijk was wat president Bush deed, maar dat hij nu de standpunten van de verschillende partijen beter had begrepen.
Zo’n man kan een begenadigd president worden, schrijft Sunstein.
De eerste juridische daad van Obama zal zijn het sluiten van Guantanamo, de gevangenis waar verdachten al jaren zonder proces vastzitten. Ik ben er trots op dat ik aan dat besluit, via mijn voorvader uit Bohemen, een steentje heb bijgedragen.
Buitenhof, 18 januari 2009
Sunday, January 11th, 2009
Hoe begrijpelijk ook dat het is gebeurd, achteraf bezien ware het toch beter geweest als de staat Israël na de Tweede Wereldoorlog niet was gesticht. Van het idealisme waarmee kibboetsen zijn opgericht, is niet veel meer over. Veiligheid en rust hebben de Joden er evenmin gevonden. Als morgen het Israëlische leger wordt afgeschaft of verslagen, zullen de burgers van Israël de zee in worden gedreven – dat is zo klaar als een klontje.
Maar nu Israël eenmaal bestaat, moet het ook blijven bestaan, hoe tragisch dat misschien ook is voor de Palestijnen. De wereld kan zich geen tweede Holocaust permitteren.
Voor goed besef van het huidige offensief in de Gaza-strook dient men te beseffen welke partij Israël tegenover zich vindt. Dat is Hamas, het Arabische woord voor vuur. Precies drie jaar geleden versloeg Hamas in de Palestijnse verkiezingen de rivaliserende Fatahpartij. De verkiezingen verliepen min of meer democratisch, maar dat zegt niet alles. Democratische genomen beslissingen kunnen wel eens verkeerd uitpakken.
Ook Hitler is democratisch aan de macht gekomen.
In elk geval zijn Hamas en Fatah elkaar sindsdien weinig democratisch te lijf gegaan. Op de Gaza-strook werden Fatah-strijders voor de ogen van hun vrouwen en kinderen door Hamas standrechtelijk geëxecuteerd, waarna een woordvoerder van Hamas opmerkte “dat het tijdperk van de islamitische rechtvaardigheid was aangebroken”.
Zowel in Gaza als op de Westelijke Jordaanoever plegen Hamas en Fatah schendingen van de mensenrechten. Er wordt gemarteld en er vinden willekeurige arrestaties en schijnexecuties plaats. Palestijnse jongens, bij wie men homoseksuele neigingen vermoedt, worden aangezet om als zelfmoordcommando op te treden. Soms wordt een been geamputeerd om een gevangene wat spraakzamer te maken. Vorig jaar zijn er zo’n kleine vijfhonderd Palestijnen vermoord door wat je cynisch “hun eigen mensen” zou kunnen noemen.
En dat zeg ik niet. Dat zeggen instanties als Amnesty en The Palestinian Independent Commission for Citizens’ Rights.
Bij Hamas staat gewapend verzet voorop en dat is ook de reden dat de VS en de Europese Unie het contact met Hamas hebben verbroken. Hamas streeft openlijk naar de vernietiging van de staat Israël en heeft de Protocollen van de wijzen van Zion in zijn Handvest opgenomen.
Deze protocollen dateren van 1897 en zouden het verslag zijn van een vergadering in Basel, waarop Joodse leiders met elkaar besproken zouden hebben hoe zij de wereld onder Joodse heerschappij moeten brengen. Uiteraard maakten de nazi’s later dankbaar gebruik van deze zogenaamde samenzwering.
Toch wist men al honderd jaar geleden dat de protocollen vervalsingen zijn, die door de Russische Geheime Dienst met antisemitische bedoelingen bij elkaar waren gefantaseerd.
Als Harry van Bommel namens de Socialistische Partij de Protocollen van de wijzen van Zion als waarheid zou uitdragen, dan zou de SP in Nederland onmiddellijk verboden worden. Dat Hamas deze misdadige verzinsels in zijn Handvest heeft opgenomen, maakt duidelijk dat wij ons geen enkele illusie hoeven te maken over de edele motieven van die club.
U kent de grap van Hans Teeuwen over die dronken man die net de film Schindler’s List heeft gezien en met dikke tong opmerkt: “Er wordt wel eens wat gezegd over de Joden, maar die Duitsers waren ook geen lieverdjes”.
Telkens als ik Israëlische bommen zie vallen op de Gaza-strook voel ik mij als die dronken man van Hans Teeuwen.
Buitenhof, 11 januari
Sunday, December 14th, 2008
De historicus Hermann von der Dunk, een Nederlandse jood van Duitse komaf, heeft eens opgemerkt dat elk jaar in ons land een onderzoek wordt gehouden, waaruit blijkt dat het antisemitisme drastisch is toegenomen. Als al die onderzoeken inderdaad de werkelijkheid weergeven, dan zou Nederland al lang onder het antisemitisme zijn bezweken. Op elke straathoek zou je uitingen van antisemitisme moeten zien, maar de ervaring leert iets anders, zo constateerde Von der Dunk. Op enkele betreurenswaardige uitzonderingen na, kent ons land weinig antisemitisme.
Toch zal men die onderzoeken blijven doen en met als uitkomst telkens weer dat het antisemitisme verontrustend is toegenomen. De behoefte om voor gevaren te waarschuwen, is algemeen menselijk en wordt nog menselijker in tijden van recessie.

Een instelling die zich met dat soort onderzoeken bezig houdt, is de Anne Frank Stichting. Hoe nuttig en sympathiek de strijd tegen discriminatie ook is, de activiteiten van deze Stichting bezie ik al jaren met gemengde gevoelens. lees verder
Sunday, November 16th, 2008
Een maand geleden opperde Hans Spekman, Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, het idee om – en ik citeer – “Marokkaanse jongeren die niet willen deugen te vernederen voor de ogen van hun eigen mensen”.
Hoe komt zo’n man daarop?
Een overheid mag iemand arresteren tegen wie een verdenking bestaat. Een overheid mag iemand een straf opleggen die is veroordeeld, zelfs tot levenslang of de dood. Een overheid mag geweld gebruiken om zich te verdedigen tegen een buitenlandse agressor of om terroristen te liquideren.
Maar een overheid mag nooit moedwillig mensen vernederen, zelfs niet als dat vernederen een normaal verschijnsel zou zijn in het land waar die probleemjongeren vandaan komen.
Vernederen is niets anders dan een vorm van sadisme en als zodanig volkomen in strijd met de fundamenten van onze democratische rechtstaat. Wanneer van staatswege het vernederen officieel wordt gepropageerd, dan is een eerste stap gezet naar een dictatuur.
Toen Hans Spekman zijn opmerking maakte, had partijleider Wouter Bos moeten ingrijpen. Hij had Spekman met slobbertrui en al een grote schop onder zijn kont moeten geven en hem nog diezelfde dag moeten royeren. Iemand die er zulke ideeën op nahoudt, is het niet waard de sociaal-democratie te vertegenwoordigen.
Helaas liet Wouter Bos dat na.
Wie hij de afgelopen week wel de laan uitstuurde, was Ella Vogelaar, minister van Wonen, Wijken en Integratie. In vijf minuten was het gepiept. Opvolger Eberhard van der Laan stond in de coulissen te trappelen en had in diepste geheim meegedaan aan zijn antecedentenonderzoek. Toen Van der Laan ineens het toneel opsprong, zei hij grootmoedig dat die wijken gewoon Vogelaarwijken blijven heten.
Of mevrouw Vogelaar voor deze geste dankbaar de voeten van mijnheer Van der Laan heeft gekust, weet ik niet, maar ik kan mij goed voorstellen dat mevrouw Vogelaar diep in haar hart denkt: “Wat je wat? Noem jij je eigen mislukkingen maar naar jezelf”.
Laat er ondertussen geen misverstand over bestaan: mevrouw Vogelaar is ongetwijfeld een goedwillend persoon, maar om een goede minister te zijn, is er meer nodig dan alleen goede wil. Een minister moet slim zijn, tactisch en sociaal vaardig, moet zich helder kunnen uitdrukken en moet de pers kunnen bespelen.
Op deze punten was mevrouw Vogelaar bijzonder zwak, maar dat poetst het schrille contrast niet weg tussen de kille manier waarop zij ten val is gebracht en de vanzelfsprekendheid waarmee zo’n fluim als Spekman mocht blijven zitten. Het lijkt wel of de PvdA al aan het oefenen is voor de cursus vernederen.
Intussen loopt verwezenlijking van de Eberhard-wijken weer vertraging op en blijft het met de integratie sukkelen.
Dit gebeurde namelijk allemaal in dezelfde week dat Aboutaleb, de nieuwe burgemeester van Rotterdam, tegenover de Volkskrant verklaarde dat hij “de moskee niet meer in durft”.
Dit gebeurde allemaal in dezelfde week dat de inspectie ontdekte dat 86 procent van de islamitische scholen fraudeert met onderwijsgelden.
Bij Allah, 86 procent!
En dat gebeurde ook allemaal in dezelfde week dat uit onderzoek bleek dat een kwart van de gelovigen God belangrijker vindt dat zijn of haar partner. Sterker nog: voor die gelovigen is God zelfs belangrijker dan hun eigen kinderen.
Soms denk ik wel eens dat het vernederen ons met de paplepel wordt ingegeven.
Buitenhof, 16 november 2008
Sunday, November 9th, 2008
Aanvankelijk had ik nog reserves, maar inmiddels heeft ook bij mij heeft de Obama-mania toegeslagen. Het hoogtepunt vond ik niet eens de overwinningstoespraak in Chicago, maar de eerste persconferentie die Obama in Washington gaf als aanstaand president.
Die persconferentie was kort en krachtig en in de vijf minuten die hem waren toegemeten, sprak Obama over twee belangrijke kwesties.
De eerste belangrijke kwestie betrof de economie. Met de knapste economische koppen aan zijn zijde openbaarde Obama de contouren van een actieplan dat de Amerikaanse economie moet gaan redden.
De tweede belangrijke kwestie was de hond, die hij aan zijn dochters heeft beloofd, als hij de verkiezingen zou winnen. Omdat de aanstaande president van het machtigste land ter wereld zelf met een fijn lachje heeft gezegd dat het om “a mayor issue” gaat, wil ik hier een moment stil staan bij het fenomeen van de hond in de politiek.
De rol van de hond in de politiek wordt enorm onderschat!
Dat kon ikzelf een aantal jaren geleden vaststellen, toen ik een bezoek bracht aan de The Richard Nixon Library in California. Door op een knopje te drukken kun je daar Nixon’s beroemde Checkers-speech zien, die hij in 1952 voor de televisie heeft uitgesproken.
Nixon wilde onder Eisenhower vice-president worden, maar die ambitie kwam in gevaar toen hij ervan werd beschuldigd giften te hebben aangenomen van oliebaronnen. Bijgestaan door zijn familie hield sprak Nixon emotioneel alle beschuldigingen tegen. Hij zei dat hij maar één gift te had geaccepteerd: het zwartwitte, naar het dambord vernoemde hondje Checkers. Het dier was liefderijk in het gezin opgenomen en Nixon vertelde dat zijn twee dochters het elke dag uitlieten.
Moest Checkers nou echt worden teruggegeven?
De speech was een tearjerker, waarvoor het Amerikaanse publiek helemaal plat ging.
In één klap was Nixon van underdog in bovendog veranderd en kon hij zijn politieke carrière voortzetten. Die speech was tevens de geboorte van wat later de televisiedemocratie is genoemd. Toen Nixon in 1994 stierf, werd Checkers opgegraven en voorgoed naast zijn baas gelegd – zo belangrijk was dit politieke dier geweest.
Net als Richard Nixon heeft Barack Obama twee dochters. Eén daarvan – Malia – heeft soms last van astma, zodat zij allergisch is voor hondenharen. In het gezin Obama moet dus een hypo-allergene hond komen en het liefst ook nog eentje uit het asiel.
“Maar dat zijn meestal bastaards, net als ik”, zei Obama met superieure zelfspot.
Inmiddels kun je op verschillende Amerikaanse websites, zoals op de American Kennel Club, je voorkeur uitspreken voor diverse hypo-allergene, niet verharende honden, dit alles om Malia bij haar keus te helpen. Er zijn dwergschnauzers bij en gladharige terriërs, maar duidelijk op kop ligt de poedel.
Dat is niet voor niets. Een ongeknipte poedel heeft een afrolook, maar scheer je de poedel kort dan krijgt het dier de coupe Obama. En ook dat is uniek, want dit je keer gaat de baas niet op zijn hond lijken, maar de hond op zijn baas. Logisch natuurlijk, want wij hebben het wél over de president van de Verenigde Staten.
Tenslotte nog dit: daags na verkiezingen werd Reuters-reporter Jon Decker gebeten door Barney, de hond van president Bush, hetgeen op camera is vastgelegd.
Daarmee werd bewezen wat wij eigenlijk allemaal al wisten, namelijk dat die George W. Bush nooit heeft gedeugd!
Buitenhof, 9 november
Monday, October 20th, 2008
Nergens zijn televisieprogramma’s over mensen die worden belazerd, zo populair als in Nederland. Programma’s als Kassa, Radar en Opgelicht trekken wekelijks miljoenen kijkers.
Die programma’s verlopen volgens een vast patroon.
Eerst zien wij het slachtoffer, diep verontwaardigd over wat hem of haar is overkomen en vervolgens zet de camera de jacht in op de dader. Die is op de vlucht en blijkt meestal een andere naam te hebben. Niet zelden is de dader een natuurgenezer, een bigamist, een testamentvervalser, een fantast of gewoon een ordinaire flessentrekker.
Maar wat het meest blijft hangen, is de verbazing over de goedgelovigheid van al die slachtoffers. Hoe is het toch mogelijk dat al die mensen er zo zijn ingetuind? Je hoeft in de meeste gevallen geen Baantjer te zijn om reeds van grote afstand te ruiken dat er iets niet pluis is.
Als je daar ook nog eens de populariteit bij optelt van de natuurgeneeskunde, de astrologie en de homeopathie, om van de altijd heilzame bioregulator maar te zwijgen, dan kun je alleen maar concluderen dat Nederlanders eraan verslaafd zijn om te worden opgelicht.
Nog deze week zijn te Etten-Leur vier patiënten van een psychiatrische instelling overleden, omdat zij tijdens een bedevaart naar Lourdes een dodelijk virus hebben opgelopen.
Kennelijk zag de staf het medische nut wel in van zo’n reisje, dat ongetwijfeld wordt vergoed door de verzekeringspoot van Fortis.
De slachtoffers van de bedevaart kunnen het niet meer navertellen, maar daartoe zijn de spaarders bij Icesave wel in staat. In groten getale zaten zij deze week in alle talkshows om op verontwaardigde toon hun slachtofferschap te belijden. Belust op de hoogste rente hadden zij hun geld geparkeerd op IJsland en nu het mis is gegaan, willen zij uit de gemeenschapskas worden vergoed.
Terwijl je ook hier geen Baantjer hoeft te zijn om te beseffen dat een bank die veel hogere rentes uitkeert dan de rest wel eens in moeilijkheden kan raken.
Ook provincies en gemeenten raakten vermogens kwijt. Wouter Bos, de minister van Financiën, had daarom volkomen gelijk toen hij voorstelde om de lokale overheden bij het onderbrengen van hun tegoeden onder curatele te stellen. Het is hypocriet om daar boos over te doen. Als ineens honderden miljoenen overheidsgeld verdwijnen, mogen de verantwoordelijke functionarissen eigenlijk blij zijn dat zij niet hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld of strafrechterlijk worden vervolgd.
In de Volkskrant vertelden meisjes die op het Amsterdamse kantoor van Icesave werkten dat zij alleen maar mensen blij hebben gemaakt. De spaartegoeden van euforische Nederlanders waren de afgelopen maanden niet aan te slepen. Logisch dat de meisjes van de Icesave-directie allerlei cadeautjes kregen. Maar in de gaten kregen zij niets.
Tot opeens alles verdwenen was. In één klap.
Toen Kassa, Radar, Opgelicht en nog talloze andere televisieprogramma’s met hun camera’s arriveerden, was het callcentrum al verlaten en stond men voor een dichte deur, zoals bij die flessentrekker uit Appingedam, die een bejaarde weduwe had getild.
Al in 842, toen zij Dorestad innamen – het huidige Wijk bij Duurstede – zeiden de Vikingen tegen elkaar: “Wat een ønglølijke suffurts zijn die Nederlanders. Je kunt ze alles wijs maken”. En zo is het IJslandse woord “sufferd” – of søffurt – in onze taal terecht gekomen.
En dat is echt waar!
Buitenhof, 19 oktober 2008
Sunday, September 21st, 2008
In zijn boek Wealth, War and Wisdom – welvaart, oorlog en wijsheid – zegt de econoom Barton Brigg dat “stijgende aandelen net zijn als seks, ze voelen het beste aan vlak vóór het hoogtepunt”. Als Brigg gelijk heeft, verkeert de financiële wereld sinds september 2000, toen de beurzen met records klaar kwamen, in een postcoïtale depressie.
Het spook van de kredietcrisis is voor mij een raadselachtig verschijnsel.
Niemand heeft het echt zien aankomen, behalve dan die ene onheilsprofeet die nooit helemaal serieus is genomen. Zo diep is de depressie dat zelfs bij Nederlandse banken mijn spaarcenten niet meer veilig zijn, zo lees ik in de krant. Er bestaan wel allerlei garanties, maar die blijken boterzacht als de bank onverhoopt mocht omvallen. Nooit eerder in mijn leven heb ik zulke bespiegelingen gelezen. De gulden was hard en de euro nog harder.
Als telg uit een armoedzaaiersfamilie heb ik banken lang beschouwd als duistere bolwerken.
Maar toen ik mijn eerste flatje moest inrichten, ben ik voor een lening naar een bank gestapt: de Nederlandse Middenstands Bank. Ik moet toegeven dat die naam bij mij de associatie wekte met kleinburgerlijk klootjesvolk, maar aangezien ikzelf ook een middenstander ben, heb ik mij toen snel over mijn vooroordeel heen gezet. Zonder omhaal kreeg ik de lening en sindsdien ben ik uit dankbaarheid bij de NMB gebleven, ook al ging de bank op in een groter consortium.
Zoals zoveel Nederlanders nam ik een spaarrekening en een hypotheek.
Mijn financiële carrière verliep langs wegen der geleidelijkheid, maar ik vier jaar geleden merkte ik dat er iets was veranderd, toen ik werd benaderd door een concurrent. Een zoetgevooisde vrouwenstem belde mij namens de Postbank en vroeg hoeveel rente ik trok van mijn spaarrekening. Ongezien garandeerde de Postbank een half procent méér. Dat leek mij wel wat en nog diezelfde vrijdag maakte ik al mijn spaarcenten over. Ik lieg niet, maar toen mijn geld de maandag daarop was bijgeschreven, maakte diezelfde Postbank nog diezelfde maandag bekend dat de rentetarieven met een half procent waren verlaagd.
Sindsdien vertrouw ik geen enkele bank meer.
Maar wie ik ook niet meer vertrouw, dat zijn de economen. Wat is die economie toch een waardeloze wetenschap, dat zij niet eens in staat is om zo’n wereldwijde calamiteit als de kredietcrisis te voorspellen! Eigenlijk lijkt de economie nog het meest op de astrologie. Aan het begin van het jaar wordt een politieke gebeurtenis voorspeld, een overstroming of de dood van een kunstenaar. En aan het eind van het jaar wordt dan gezegd: zie je wel, de Berlijnse muur is gevallen, New Orleans is getroffen door een orkaan en Jan Wolkers is overleden.
Zo is het ook met al die economen. Achteraf komen ze je haarfijn uitleggen wat er allemaal mis is gegaan, maar wat ze vooraf weten is hoofdzakelijk mist. En ze zijn ook nog vreselijk pedant, die economen, want ze zeggen: wij moeten voorzichtig zijn met onze uitspraken, want onze uitspraken kunnen de economische processen beïnvloeden.
Stel je voor dat een natuurkundige zou beweren: ik moet voorzichtig zijn met mijn uitspraken over de zwaartekracht, want anders valt dat glas straks niet meer naar beneden.
Daarom, Nederlanders! Stop uw geld weer gewoon in een ouwe sok en ik voorspel u het hoogste rendement.
Buitenhof, 21 september
Sunday, June 15th, 2008
Geweldige prestaties waren het in Bern: eerst die 3-0 overwinning op wereldkampioen Italië en daarna die 4-1 zege op de Fransen. Terecht dat minister-president Balkenende na afloop de kleedkamer bezocht om onze jongens op hartverwarmende wijze te feliciteren.
Totdat één van de Nederlandse spelers – “iemand achter in de kleedkamer”, aldus bondscoach Marco van Basten – plotseling vroeg of de premier misschien een belastingverlaging kon regelen. Ik zou hier, om Johan Cruijf aan te halen, willen spreken van “een leermoment”.
Men moet zich even de situatie voorstellen. De minister-president staat daar in de kleedkamer temidden van uitsluitend voetbalmiljonairs en dan vraagt opeens een van die knulletjes om belastingverlaging.
Zelf verdient de premier zo’n 166.000 duizend euro per jaar, aanzienlijk minder dan wat een goede spits bij Real Madrid of een goede doelman bij Manchester United in twee maanden bij elkaar speelt.
Onze premier liep er trouwens die hele glorieuze avond als een arme sloeber bij, want ik vermoed dat ook voetbalanalist Johan Cruijff, alsmede de verslaggevers Tom Egbers en Jack van Gelder, per jaar meer ophalen dan onze minister-president.
Om elk misverstand te voorkomen en om te voorkomen dat ik word gelyncht, wil ik hier verklaren dat ik niemand zijn rijkdom misgun en dat wie ergens goed in is daarvoor best met miljoenen mag worden beloond. Mijn onderbuik vertelt me dat het Nederlandse volk er precies zo over denkt, en dat wij onze voetballers beslist lagere belastingen zouden gunnen, als die Europese titel maar wordt behaald.
Zelf kan ik er ook niet om treuren dat Balkenende vergelijkenderwijs slechts een schijntje verdient. Per slot verdient de Amerikaanse president relatief ook erg weinig. In de Verenigde Staten wordt het presidentschap als een erebaan beschouwd. Dat de Clintons inmiddels vermogend zijn, hebben zij te danken aan de lezingen die zij daarna hebben gegeven en de boeken die zij daarna hebben geschreven.
Het punt is echter dat wij momenteel een kabinet hebben, dat juist iets aan die topinkomens wil doen. De premier heeft nota bene een naar zichzelf genoemde norm in het leven geroepen. De zogenaamde Balkenende-norm, die bepaalt dat openbare bestuurders niet meer mogen verdienen dan de minister-president. Bovendien heeft Wouter Bos, de minister van Financiën, voortdurend gezegd dat hij zint op maatregelen om de exorbitante bonussen in het bedrijfsleven aan te pakken.
Maar vreemd genoeg wil het met die maatregelen niet vlotten. Nout Wellink, de president van de Nederlandse Bank – doorgaans niet iemand van gepeperde uitspraken – heeft de Balkenende-norm “idioot” genoemd, omdat, en ik citeer: “het de enige functie is waarvoor geen markt bestaat”. Waaraan hij toevoegde “dat de premier een voortreffelijke vent kan zijn, maar ook een kneus”.
Niettemin, als Balkenende een beleid wil van meer dan symboliek en retoriek alleen, dan meldt hij zich na de finale op 29 juni wederom in de kleedkamer. En dan richt hij zich tot onze jongens met de volgende woorden: “Gefeliciteerd, wij zijn trots op jullie! En dan eerst het goede nieuws. Ik hebben jullie verzoek om belastingverlaging inderdaad meegenomen naar het kabinet. En dan nu het slechte nieuws. Het is helaas geen verlaging geworden, maar juist een forse verhoging – voor jullie allemaal!”.
Ik durf te wedden dat met zoveel standvastigheid de minister-president zich enorm populair zal maken bij het Nederlandse volk.
Buitenhof, 15 juni
Sunday, May 25th, 2008
In 1996 presenteerde Bob Dole, de Republikeinse presidentskandidaat, zijn medisch dossier. Dat was eerder vertoond, maar nog nooit zo uitgebreid. Het dossier bevatte honderden pagina’s. Op zichzelf was het niet onlogisch dat de Amerikanen wilden weten hoe Bob Dole er lichamelijk voorstond.
Dole was in de Tweede Wereldoorlog gewond geraakt, waardoor hij zijn rechter arm niet meer kon gebruiken. Bovendien zou hij, indien gekozen, de oudste Amerikaanse president uit de geschiedenis worden: 73 jaar.
De huidige republikeinse kandidaat John McCain lijkt in veel opzichten op Dole. Ook hij is gewond geraakt in een oorlog, zij het in een andere: de Vietnam oorlog. En ook hij is over de zeventig. Zijn medisch rapport is 1.173 pagina’s dik.
McCain is op vier plaatsen aan huidkanker geopereerd. Niet alleen is een gezwel bij zijn linkerslaap weggenomen, maar ook de nabij gelegen lymfeklieren. Hij neemt daarnaast cholesterol verlagende middelen, maar of hij – zoals Dole – ook Viagra slikt, is onbekend. Ondanks zijn omvangrijke dossier is McCain volgens zijn artsen, en ik citeer letterlijk, “jonger dan zijn leeftijd”.
Ik ben dan geneigd te vragen: hoeveel is McCain jonger dan zijn leeftijd. Is hij tien jaar jonger? Vijf jaar? Eén jaar? Of worden wij een beetje belazerd en is Mc Cain maar vijf minuten jonger dan zijn leeftijd.
Dit alles past uitstekend in de ontwikkeling dat wij gemiddeld ouder worden, dat wij er jonger willen uitzien en dat wij het steeds normaler vinden om langer te werken. De Valera is op zijn 88ste nog president van Ierland geweest, maar je moet je afvragen of het gezond is dat het machtigste land ter wereld geleid wordt door een bejaarde met medisch dossier van baksteen, ook al staat daarin dat het hart stressbestendig is na een kwartiertje droogroeien.
Bob Dole verloor van Bill Clinton. Mc Cain heeft nog niet verloren van Obama, die 35 jaar jonger is.
Ooit was de socialistische heilsverwachting dat toenemende welvaart voor meer vrije tijd zou zorgen, maar het tegendeel lijkt het geval. Toenemende welvaart leidt slechts tot een strenger arbeidsethos. Voor jongeren en ouderen is werk een absolute must: iedereen moet aan het werk en iedereen moet aan het werk blijven.
Mariëtte Hamer, fractievoorzitster van de PvdA, wil nu ook gehandicapten meer bij het arbeidsproces betrekken, een streven dat ondersteund moet worden met een nieuwe ronde medische keuringen en eventuele kortingen op de uitkering. Om dat doel te bereiken moet het sociale stelsel weer eens worden herzien.
Maar zou het ten aanzien van gehandicapten niet verstandiger én menselijker zijn een facultatief beleid te voeren?
De gehandicapte die wil werken, dient daarbij uiteraard geholpen te worden, maar de gehandicapte die niet zo’n zin in werken heeft, hoeft wat mij betreft niet achter de broek te worden gezeten. Ik wil daar best extra belasting voor betalen.
Samen werken is een mooi ideaal, maar soms krijg je het gevoel dat het arbeidsethos aan het doldraaien is. Nog even en ook de doden zullen aan het werk moeten. Dan zullen alle gestorvenen van onder de 114 jaar een oproep krijgen om te solliciteren.
Lach daar niet om.
In 1842 heeft de Russische schrijver Nikolai Gogol daar in zijn prachtige roman Dode zielen al over geschreven.
Buitenhof, 25 mei 2008
Sunday, April 27th, 2008
Veertig jaar na de dood van Padre Pio is zijn half vergane lijk weer geupdated en neergelegd in een glazen kist. Dagelijks lopen in het Italiaanse San Giovanni Rotondo duizenden pelgrims langs een hoopje botten en masker van was, in de hoop dat ook hun het wonder geschiedt dat de kapucijner monnik zo vaak tijdens zijn leven heeft verricht. Je zou deze opbaring met recht een wassen neus kunnen noemen, ware het niet dat Padre Pio decennia lang de inzet is geweest van een machtstrijd van katholieken onderling.
Verschillende keren is Padre Pio binnen de kerk in ongenade gevallen. Paus Johannes XXIII zag in Padre Pio een oplichter, die zelf zijn bloedende stigmata met spijkers en zoutzuur had aangebracht. Johannes Paulus II daarentegen had zo veel bewondering voor Padre Pio dat hij hem heilig heeft verklaard.
Dat religie en macht veel met elkaar te maken, wordt ook zichtbaar in de polemiek die Jneid Fawaz en Ahmed Marcouch zo’n beetje in alle media hebben uitgevochten. Fawaz – de salafistische imam uit Den Haag – had Ahmed Marcouch – de voorzitter van de Amsterdamse stadsdeelraad Slotervaart – uitgemaakt voor “schijnpoliticus” en “hypocriet”. Verwijten waar je je schouder over op kunt halen, maar die in islamitische kring kennelijk zo ernstig zijn dat Marcouch meende dat er een fatwa tegen hem was uitgesproken.

Toen de zaak escaleerde, begonnen de Nederlandse moslimorganisaties zich ermee te bemoeien. Zij eisten excuses van de Haagse imam, die hij aanvankelijk weigerde uit te spreken, maar intussen heeft Fawaz zijn beschuldigingen van zijn website gehaald en grootmoedig gezegd dat zijn kritiek niet was bedoeld als doodvonnis.
Ahmed Marcouch is een tragische held van deze tijd. Hoewel hij een krachtdadige en moedige indruk maakt, is hij iemand die overal tussen valt. Voor Nederlanders is hij een Marokkaan en voor de Marokkanen is hij een Nederlander. Voor veel Nederlanders is hij het hulpje dat lastige Marokkanen in toom moet houden en voor veel Marokkanen is hij een handlanger van de ongelovigen. Marcouch is de ambtenaar die de Nederlandse wet moet handhaven, maar voor degenen op wie die wet wordt toegepast is Marcouch een renegaat, een afvallige. Op www.Marokko.nl wordt Marcouch omschreven als “een schijnheilige hond met verkaasde standpunten”.
Het is duidelijk dat Marcouch te vrezen heeft. Van het communisme, de religie van de aardse heilstaat, weten wij dat renegaten als de grootste vijanden worden beschouwd. Stalin heeft heel wat fatwa’s op zijn geweten, al werden die toen nog gewoon “nekschot” genoemd.
Voor Marcouch lijkt er weinig eer te behalen, maar gezegd moet worden dat hij zich kranig houdt. Punt is wel dat hij religie wil gebruiken als wapen in de strijd voor integratie en tegen moslimsextremisme. Hij wil meer godsdienstonderwijs en er moet in Slotervaart een poldermoskee komen van Mohammed Chepih, de man die vroeger homo’s verafschuwde, maar die tegenwoordig heel gematigd schijnt te zijn. Ik sta wantrouwend tegenover vermenging van kerk en staat, maar ik begrijp ook dat Marcouch in eigen kring onaanvaardbaar wordt wanneer hij zich niet solidair betoont met de islam.
Marcouch staat voor de bijna onmogelijke taak dat hij bij alles en iedereen het wantrouwen moet wegnemen. Maar als hij daar in slaagt, kan hij uitgroeien tot de Nederlandse Padre Pio.
Buitenhof, 6 april 2008